Follow by Email

zondag 2 juli 2017

Merlijn - goud

Het was niet alles landbouw dat ik te zien kreeg. Handel had een hoge technische ontwikkeling doorgemaakt wat je verwachtte wanneer je gebruik maakte van hun transport en wat je weer niet verwachtte nadat je geconfronteerd werd met de primitieve leefomstandigheden en emoties van bijvoorbeeld het tentenvolk. Maar ook de mensenwereld kent zulke tegenstellingen die ik tijdens mijn trektochten zelf had ervaren.
Nog naduizelend van wat ik als een bekentenis van Merlijn zag arriveerden we in een complex van buizen, machines en gebouwen waarbinnen Handelezen als nijvere mieren aan het werk waren. Hier werd materiaal vermenigvuldigd zonder dat er aanvoer voor nodig was. Ik begreep er geen jota van. Ze stoeiden met de kernen van atomen, zoveel was zeker, en hadden een procédé ontwikkeld waarin die werden gedeeld zonder aan zwaarte te verliezen. Atomen werden in razend tempo gesplitst maar bleven in dat proces exact hetzelfde.
Het duizelde mij. De wetenschapper die ons rondleidde, lachte. “Als je het eenmaal berijpt is het simpel, maar het is niet simpel te begrijpen!”
Terwijl ik toekeek zag ik hoe een plank eikenhout groeide tot twee keer de lengte en dat groeien gebeurde zo snel dat ik het kon volgen. Uit het niets! Ik keek gefascineerd door de doorzichtige wand van een kamer waarbinnen het hout langer en langer werd, vervolgens werd getransporteerd naar een andere kamer waar het keurig en geheel automatisch op maat werd gezaagd waarna de planken naar buiten schoven en werden gestapeld, behalve de laatste plank die weer terug ging naar de vermenigvuldiger waar het proces zich herhaalde.
“Kunnen jullie dit met elk materiaal?” vroeg ik ademloos.
“Zeker!”
“Goud?”
“Waarom goud?” vroeg de wetenschapper verbaasd. “Goud heeft geen toepassingen waarvoor grote hoeveelheden nodig zijn.”
“Ja maar, de waarde?”
“Welke waarde? Waarde ontstaat door nodig te zijn. Hout bijvoorbeeld. We hoeven geen bomen te kappen om tafels en kasten te maken…”
“Gouden sieraden?” opperde ik, “munten?”
De Handelees begreep niet waar ik het over had. “Je bedoelt omdat goud niet oxideert? Dat is handig, maar zoals ik al zei alleen toepasbaar in specifieke omstandigheden. Goud is te zwaar en te zacht om het massaal te gebruiken en in het verleden is er genoeg gedolven om nog generaties verder te kunnen.”
“Goud heeft geen hogere waarde omdat het zo mooi glimt of omdat je het gemakkelijk kunt bewerken, als sieraad bijvoorbeeld?”
De wetenschapper keek hulpeloos naar Merlijn en Joos. “Dat is toch geen reden om er veel van te maken!” Hij haalde de schouders op.
“Diamant dan?” probeerde ik. “Dat is hard, haast onbreekbaar materiaal.”
“Zoals je zegt”, zuchtte de geleerde. “Lastig te bewerken en het schittert ook nog eens zo idioot dat je het wel laat om licht te maken zou je een diamanten tafel hebben. Je zou worden verblind.”
Ik was perplex. Merlijn grinnikte. Joos krabde zich achter de oren en de wetenschapper bekeek mij als had ik ze niet allemaal op een rijtje. Wie haalde het in zijn hoofd om zulke futiele materialen die in uitzonderingen weliswaar onontbeerlijk en handig waren, in grote hoeveelheden aan te maken. Het was de opgewekte energie voor de machines niet waard. Van hout daarentegen kon je van alles maken en bouwen. Dat had zin! Of metalen zoals ijzer. Maar dat spul zoals goud of diamant… Er waren niet voor niets maar zulke kleine hoeveelheden van aangetroffen in de aardbodem. Dat zei toch genoeg? Je had er niet veel van nodig!

  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen