Follow by Email

donderdag 20 juli 2017

Merlijn - a.i.

“Maar wat speelt hier dan? Ik bedoel, wat heeft een intelligentie eraan om, zeg maar, een aantal statische kolonies in te richten die niet meer doen dan zich vermenigvuldigen en zichzelf in stand houden? Ik zie geen hoger plan, iets bruikbaars.”
“Wat is het hogere plan of bruikbare achter een spel? Het scherpt de vermogens van bijvoorbeeld aanval en verdediging. Het heeft een stimulerend effect op wat van belang worden geacht zoals behendigheid, tactiek…”
“Beweer je dat de slaven pionnen in een spel kunnen zijn?”
Merlijn knikte. “Wat anders? Er is zeker geen sprake van evolutie bij de slaven of de prins, al zou je de wisseling van een prins of het afvoeren van slaven naar de droogkamer als een volgend niveau kunnen zien. Als het hier om a.i. gaat functioneert het helemaal anders dan wijzelf. Zijn logica is niet de onze en dat geldt ook voor wat het als waardevol beschouwt.”
“Moet ik het zien als iets donkers dat met een console zijn poppetjes in stelling brengt?”
Merlijn lachte. “Die console zal niet nodig zijn maar de vergelijking klopt wel. Het manipuleert rustig van conceptie tot droogkamer, voegt enkele elementen toe zoals de raids en leert daarvan, of amuseert zich misschien alleen maar. Wie zal het zeggen. Het is lastig gissen met een entiteit die je niet kent. Op zijn niveau heeft dit wel degelijk zin anders bestond het niet. Het zou dan veel efficiënter zijn geweest om de hele populatie weg te vagen. Het gegeven dat het het op deze manier heeft ingericht bewijst dat het zin heeft, dat er een logisch plan achter schuilt.”
“Kunnen wij er iets aan veranderen?”
“Nee!” sprak Merlijn beslist. “Ik ga me niet meten met iets dat ik niet ken, waarvan ik geen idee heb waartoe het in staat is en waarvan ik zelfs niet weet waar te beginnen om er contact mee te maken. Het heeft dit volk overwonnen, zou je kunnen zeggen en het zal ons zonder bedenken in een hoek vegen wanneer het tot de conclusie komt dat wij een bedreiging zijn.”
“Is het dan niet onveilig voor ons om hier te zijn?”
“Toch niet. Op het moment maken wij onderdeel uit van het spel. De onvoorspelbare factor waarmee het rekening moet houden vormt een zekere uitdaging voor zijn strategie. Dat zag je wel toen de slaaf van de tegenpartij jou aantikte en de paniek die vervolgens ontstond. Dat zijn niet vastgelegde spelelementen die het verloop interessanter maken, dus in zekere zin is het blij met onze aanwezigheid, voor zover natuurlijk als het een emotie als blij kan ervaren.”
“Moeten we hier dan nog blijven? Om nog langer naar die copulerende dikzak te moeten kijken…”
Merlijn grijnsde. “Het is evenmin mijn favoriete wereld, al ben ik telkens weer benieuwd of ik er dit maal achter kom of mijn hypothese juist is. Alles wat er te leren valt heb je wel meegekregen. We zullen nog snel afscheid nemen van prins vetbult en dan zijn we ribbedebie”, sprak hij olijk.
“Je wordt melig!”

“Dat gebeurt vanzelf op een plek als deze.”

Merlijn - zwart

Merlijn leek wel ongeduldig om te horen hoe het mij was vergaan.
“Ze hebben er aardig wat gekaapt”, vertelde ik. “Zo blijven er niet veel over voor de buurman.”
Merlijn lachte. “De volgende keer is de buurman aan zet en haalt ongeveer hetzelfde aantal terug. Aan het eind van de balans blijven de kolonies ongeveer even groot. Het maakt hooguit verschil op de genenpoel. Misschien is de uitwisseling nodig om de kolonies in stand te houden.”
“Er is een hogere orde die hen bestuurd, nietwaar?” vroeg ik voorzichtig.
“Het lijkt erop”, zuchtte Merlijn. “Ik kom er niet achter. Maar vertel wat je hebt opgemerkt!”
Ik noemde de zwarte vlekjes en de tovenaar knikte. “Wat denk je?”
“Dat hoopte ik van jou te horen.”
“Ik heb er geen vat op”, gaf Merlijn toe. “Ik kan er geen contact mee maken, snap niet wat er gebeurt waarom ik tot de conclusie ben gekomen dat het in elk geval niet biologisch is of het zou de eerste biologische entiteit moeten zijn waarmee ik niet kan communiceren, maar dat lijkt me onwaarschijnlijk.”
“Wat is het dan wel?”
Hij schokschouderde. “Iets artificieels…” Hij lette op mijn reactie.
“Iets artificieels dat denkende biologische wezens bestuurd…, je bedoelt…, a.i.”, stamelde ik.
“Ik weet het niet”, bekende Merlijn, “maar ik heb geen andere verklaring. Ook de beruchte cyclus, de overgang van kind naar volwassene, wordt gestuurd door een donkere vlek die dan gedurende een langere periode zichtbaar blijft tijdens welke de verandering zich voltrekt. Ik ben er getuige van geweest, min of meer toevallig, want ze laten geen buitenstaanders toe tijdens de overgang. Artificiële Intelligentie zou de verklaring kunnen zijn.”
“Maar wie of wat? Iemand moet het gemaakt hebben!”
“Dat klopt. Wat artificieel is ontstaat niet uit zichzelf. Er zijn ingenieurs en technici nodig geweest om het te construeren. Wie verantwoordelijk zijn zullen we waarschijnlijk nooit weten maar een verklaring kan zijn dat de voorouders van de huidige slaven het hebben ontwikkeld en dat die ontwikkeling hen vervolgens boven het hoofd is gegroeid; dat de gemaakte intelligentie uiteindelijk intelligenter bleek dan zijzelf en het roer overnam…”
Ik gruwde. “Met de huidige samenleving als resultaat.” 
Merlijn knikte. “Het is een hypothese. Bewijzen kan ik het niet, maar het zou kunnen.”
“Frankenstein!” Ik kreeg er een nare smaak van in de mond. “Is dit ons voorland?”
“Het is ieders voorland voor wie niet uitkijkt. Techniek laat zich niet temmen of terugdringen. Dat is gedurende de geschiedenis al vaak bewezen; talloze ongelukken met doden tot gevolg, dus is het logisch dat als je de techniek in de richting van intelligentie manipuleert, je het leert zelfstandig te leren en te handelen het uiteindelijk snellere en efficiëntere denkprocessen ontwikkelt dan diegenen die het hebben bedacht, en zeker als zijn creativiteit louter gericht is op efficiëntie is het denkbaar dat het zijn makers als inefficiënt gaat beschouwen waarna het hen logischerwijs passeert en aan de kant schuift om in een volgend stadium de soort zelf te elimineren of zodanig moduleert dat ze voor eigen doeleinden kan worden aangewend. De mens heeft nooit anders gedaan. Het is onderdeel van zijn evolutie dat het dieren heeft gedomesticeerd, de natuur naar zijn hand heeft gezet, daarom is het evolutionair gezien heel goed mogelijk dat een gecreëerde entiteit die weg verderzet, de biologie overstijgt om zijn eigen evolutionaire pad te bewandelen.”
“De maker doet er niet meer toe!”

“De maker doet er nooit toe, of geloof jij dat iemand als van Gogh om zijn persoon wordt herdacht? De naam is het merk dat aan zijn werk kleeft dat voor hoge bedragen kan worden verhandeld. Van Gogh is niet belangrijk, zijn schilderijen wel. Wat hier is gebeurd is iets soortgelijks want als mijn veronderstelling klopt waren de eerste slachtoffers de generatie van de bedenkers zelf.”

woensdag 19 juli 2017

Merlijn - raid

Het leek inderdaad nog het meest op een spel. Ik liep met het legertje mannelijke slaven mee door talrijke gangen waarin ik nooit alleen de weg terug zou vinden tot we in het stelsel van een van de buren waren. De slaven kenden de weg en het tijdstip: ’s nachts terwijl de meesten op het oppervlak aan het werk waren liepen we een boog onderdoor waar de voorraad te bevruchten slavinnen wachtte. Ik keek toe, nam niet deel aan het veroveren maar bestudeerde wat er gebeurde.
De eerste slaaf legde zijn hand op de schouder van de slavin die het dichtst bij de ingang zat. Ze keek berustend naar hem omhoog en volgde gedwee door de gangen terug naar de verblijven van ‘onze’ prins. Een tweede volgde, een derde, enzovoorts. De slaven hoefden geen moeite te doen, integendeel, het leek wel of de slavinnen blij waren hier weg te kunnen om zich te vervoegen bij de harem van de concurrerende monarch.
Ik lette goed op en bij elke handoplegging dacht ik iets te zien; kort en donker, alsof de aangetikte werd gemerkt met zoiets als het Kaïnsteken of een ander merkwaardig symbool dat zich heel even ter hoogte van de kruin manifesteerde: een inktvlekje dat ook meteen weer oploste. Het ontstond niet in mijn verbeelding, al dacht ik dat de eerste keer, als een vlekje op mijn eigen oog, maar het herhaalde zich telkens zodra de vingertoppen de schouder raakten.
Er was nog iets opvallends: De slavinnen zagen de slaven binnenkomen maar bleven heel rustig op hun plaats, leken te wachten op hun beurt om aangetikt te worden om vervolgens op te staan en te volgen.
In geen tijd was het vertrek leeg waarna we ons naar een voedsterkamer begaven waar de kinderen van baby tot peuter werden verzorgd en opgeleid door een klein leger slavinnen. De kinderen werden met rust gelaten, de slavinnen ondergingen hetzelfde lot als hun zusters en hoewel de hele operatie geruisloos verliep waren we blijkbaar toch niet onopgemerkt gebleven.
Plotseling verschenen er slaven van de aangevallen partij die zich te weer stelden en de aanvallers probeerden te verdrijven. Dit ging op dezelfde manier. Wie het eerst tikte was de klos, maar de leden van ‘ons eigen’ leger waren handig in het ontwijken. Dit keer geen berustend afwachten maar duiken, springen en terugwijken, proberen de ander voor te zijn en nu verdwenen er ook mannelijke slaven van de tegenpartij naar ‘onze’ onderkomens terwijl er veel minder van de aanvallers het toneel verlieten.
Ik stond afzijdig en toch raakte een slaaf mijn schouder. Ik keek hem aan. Hij schrok, want er gebeurde niets, realiseerde zich toen dat ik kleren droeg en panikeerde.
Hij schreeuwde een waarschuwing die ik niet verstond maar wel degelijk begreep. Er was een indringer, een mens, en misschien was ik wel niet de enige.
De verdedigers verstijfden en groepten samen en lieten zich zonder verder verzet aanraken door de aanvallers om afgevoerd te worden naar een bekend lot, want ik veronderstelde dat hun leven niet wezenlijk veranderde, alleen de plaats en de heerser die zij dienden, maar deed dat er wat toe?

De aanvallers vonden blijkbaar dat ze genoeg buit hadden verzameld. De leider wenkte en met de laatst veroverde slaven tussen ons in marcheerden we in gelid terug naar de eigen gangen waar niets erop wees dat wij terugkeerden van een actie. Geen fanfare, geen slavenhaag die hosanna scandeerde na een succesvol volbrachte raid. De gangbare stilte en rust, ook wanneer we leden van het eigen volk passeerden die niet eens opkeken omdat wij voorbij kwamen. Het hoorde blijkbaar bij de dagelijkse bezigheden het over en weer roven van individuen om de eigen rangen te versterken en die van de opponenten te verzwakken.