Follow by Email

donderdag 10 december 2020

Studie van een loopster

Doornappel - grenspad Wolder







Alpaca's - Wolder


Vuurjuffer - Campagne



Wolder






Huismussen - Daalhof










Dousberg













 

woensdag 30 september 2020

waanzin water

Toen de regen kwam verraste het iedereen, zelfs de weervoorspellers.

Straten en pleinen vol dansende naakte mensen. Het water zo welkom, de dorst zo groot en de lijven zo vuil. Het volk huilde, jammerde en joelde; blijdschap, boosheid…

Vooral boosheid, maar waarop, op wat of wie?

Waarom was het weggebleven? Waarom…? Het levensnoodzakelijke water…, zolang verstoken…

Er was geen tuin meer over, geen park, geen plantsoen. Mensen, vooral ouderen, te jonge kinderen omgekomen van dorst. Waaraan hadden ze het verdiend? Ondanks blijdschap toch vooral veel onbegrip.

Donald had niemand verteld over zijn geheime voorraad, de diepe put in de kelder die hij dag en nacht bewaakte, al leek het goedje inmiddels meer op een troebel stinkend riool. Het was goud en goud stinkt niet…

Zijn ogen glommen van koorts. Hij had het onder de leden maar was zich daarvan niet bewust. Hij was zich nooit bewust behalve van zichzelf. Donald deed ertoe. Dat vond híj tenminste. Zijn aanwezigheid, het simpele feit dat hij bestond, zou het verschil maken. Daarom was het zijn recht al waren privé putten verboden. Dat gold niet voor hem. Hij als enige uitzondering omdat hij en hij alleen ertoe deed.

Donald minachtte de anderen. Wie, deed er niet toe. Het waren allemaal losers. De wereld zat er vol mee. Daar kon hij toch niets aan doen? Hij had de wereld niet gemaakt want dan zou het anders zijn, hoewel… Het voelde best lekker, zo in zijn eentje aan de top.

Hij was onoverwinnelijk, onsterfelijk zelfs, en als… Nee, dat kon eenvoudig niet.

Moet je dat zooitje zien dansen; blij met een druppel water. Idioten! Hij zou ze allemaal moeten neermaaien. Dat kon hij. Het was goed dat hij het arsenaal had aangelegd toen het nog kon, voor die belachelijke wet het verbood. Hem controleerden ze niet. Ze zouden niet durven. Hij was tenslotte de Donald!

De Donald haalde zijn neus op, spuugde om te laten zien dat hij het overtollige water kon missen. Hij kwam niets te kort, niet zoals die jandoedels die met geopende mond in het rond sprongen, in plassen spetterden, elkaar nat spatten. Met welke zin? Ze waren al allemaal nat.

Nu was het wel genoeg. Hou nu maar op met die hoosbui. Donald blikte kwaad omhoog. “Stop, verdomme!”

Het water bleef komen. Straten werden rivieren, kelders liepen onder. Donald dacht aan zijn eigen kelder en rende in paniek naar beneden.

De heilige put stroomde over. Alles stond blank. Hij liet zich woedend op de knieën vallen en probeerde het water met zijn handen terug in de grond te dwingen. Hij schepte en schepte maar het water bleef stijgen, bereikte zijn borst, zijn hals, zijn mond… en nog schepte hij als waanzinnig. Hij zou winnen want hij was de Donald.


Dagen later werd hij gevonden, starend naar het plafond waar hij inmiddels tegenaan dreef. Zijn lijf opgeblazen van water, gerimpeld, wit als perkament, verzopen in zijn eigen waanzin van vloeibaar goud…

maandag 28 september 2020

oefening

“Weet jij wat ik moet schrijven?”, vroeg de student zijn mentor.

“Over jezelf?”

“Ik weet niets over mezelf.”

“Dan heb je blijkbaar nog niet geleefd en wordt het tijd daarmee te beginnen.”

“Wat bedoel je?”

“Elke dag is een verhaal, elk uur, elke minuut zelfs. Waar het om gaat is hoe jij beleeft. Doe je dat bewust dan kun je erover schrijven.”

“Dat is toch niet interessant. Ik ben opgestaan, heb ontbeten, sinaasappels geperst… dat is toch geen verhaal?”

“Toch wel. Het gaat om hoe jij die beleving belicht…” en de mentor schreef…


Nog was het aardsdonker, het schemerde zelfs nog niet. Ik had geen zin om op te staan, een eerste bloot been buiten de koesterende warmte van het bed te tillen. Alleen de gedachte deed me huiveren.

Ik draaide op de andere zij, staarde naar de kale muur en wist dat ik het uitstel niet lang kon laten duren.

Ik zuchtte, niet bewust, het ontsnapte als een vlaag van spijt. Zonder erg sloeg het dekbed terug al deed ik het zelf.

Rillend hees ik mezelf overeind, wreef mijn ogen. “Verdomme!”, vloekte ik binnensmonds maar klom uit bed, weerstond de aandrang het dekbed weer over me heen te trekken.

Onwillekeurig schrok ik van de wekker. Ik was te vroeg. Nou ja, niet werkelijk, een beetje maar.

Ik had helemaal geen zin in een nieuwe dag. Het is toch altijd hetzelfde, hetzelfde ritueel tot aan het moment dat ik de fiets uit het schuurtje haal. Daarvoor lukt het ook met gesloten ogen. Alhoewel…

De eerste plens water, koud nog, al blijf ik op veilige afstand van de straal. Je voelt het toch als een kille wind die langzaam warmer wordt tot de hete weldaad over mijn lijf gutst, me doet terug verlangen naar bed, het warme nest waarin mijn geur zich nog behaaglijk nestelt. Ik wil me verenigen met waar ik vandaan kom.

’s Ochtends realiseer ik me verbaasd dat ik de avond voordien helemaal niet naar bed verlang terwijl de volgende morgen… Het zou gemakkelijker zijn als het omgekeerd was maar het comfort van de avond en ochtend laten zich niet verwisselen wat een dubbele inspanning vergt. Logisch is anders, maar toch…

In de keuken wacht de afwas van de vorige dag. Ik spoel een glas, pers twee sinaasappels, werk een cracker naar binnen, staand aan het aanrecht terwijl ik overdenk wat voor me ligt.

Leuk is anders. De lessen zijn niet opwindend, ze boeien niet. Soms, maar niet die van vandaag. Het moet, anders ging ik terug naar bed. Zal ik me ziek melden?

Toch maar niet. Het heeft geen zin. Twee jaar nog, dan ben ik ervan af…


“Daar is toch niks aan”, merkte de student op.

“Nee?”

“Nee, er gebeurt niets.”

“Vind je?”

“Opstaan, douchen en ontbijt. Wat ik zei. Dat is toch niet interessant.”

“Dit fragment geeft een gemoedsgesteldheid weer, die waarmee jij de lessen volgt. Er gebeurt niets. Zo gezien zal jouw schooltijd heel lang duren en zul je er bitter weinig aan hebben.”