Follow by Email

vrijdag 28 april 2017

Merlijn - macht

Deze wereld zette de mijne op zijn kop. Hier zat ik als vertegenwoordiger van een buitenwereldse soort tussen twee andere soorten, niet aan elkaar verwant, of toch hooguit in de verte, terwijl thuis in mijn eigen wereld de enige soort met een cortex en een gelijkaardig DNA van meer dan 99% elkaar op alle fronten naar het leven stond. Hier zat ik koffie te drinken, leefde vreedzaam in een dorp vol volslagen vreemden en werd in een onderaards stelsel van werkplaatsen ontvangen terwijl de term spionage niet eens bij wie dan ook opkwam. Het gebrek aan naijver en achterdocht verontrustte mij, alsof het allemaal niet echt was en het duveltje nog uit zijn doosje moest springen.
Legolas leek mijn gedachten te lezen. “Mensen hadden een soortgelijke omgang met elkaar”, sprak hij, “tot zo’n tienduizend jaar geleden bezit zijn intrede deed. Opeens was wat iemand als zijn eigendom zag belangrijker dan de omgang met elkaar. Die tendens verspreidde zich vanuit Klein Azië waar de besmetting begon over nagenoeg de hele wereld, op enkele geïsoleerde gebieden na. Aboriginals bleven bijvoorbeeld lang gespaard maar ook hooggebergte bewoners zoals de Tibetanen. Omdat er geen andere soorten meer waren met vergelijkbare mogelijkheden hanteerde men scheidingen waarvan nu wel vaststaat dat er geen onderscheid is, die voor differentiatie zorgde gebaseerd op de meest belachelijke veronderstellingen zoals bijvoorbeeld schedelgrootte. Om de superioriteit en daarmee het recht op bezit van wat van waarde werd gezien zo bevoorrecht mogelijk te maken werd het toegekend aan de kleinst mogelijke groep terwijl er binnen die groep nog een gelaagdheid werd gecreëerd in de vorm van rangen en standen. De hoogsten in rang hadden toegang tot alle bekende privileges, de lagere iets minder enzovoorts. Ik heb het nu niet alleen over het blanke ras dat dit principe tot grote hoogte perfectioneerde, want het gebeurde ook in China of Japan bijvoorbeeld maar ook in Zuid Amerika, lange tijd zonder invloeden van elders, wisten onder andere Azteken en Maya's het bezitsprincipe tot welhaast kunstzinnige hoogten op te zwepen. Het werd iets menselijks zonder dat alle mensen er deel van uitmaakten, wat dan weer bewijst dat het in beginsel niet per se menselijk is.
Dat kwam door de interactie met trollen zoals je inmiddels weet, maar het was niet nodig geweest dat het zulk een hoge vlucht zou nemen als het niet was gecultiveerd door jullie machthebbers van het eerste uur. Machthebbers werden wat het woord haarfijn beschrijft: zij die de macht hebben wat iets helemaal anders is dan zij die leiden, al raakten beide begrippen uiteindelijk met elkaar versmolten en werden machthebbers leiders en vice versa. Die cohesie bestaat nog steeds, al staat er soms een leider op die geen daadwerkelijke macht bekleed zoals Marten Luther King, maar je weet wat er van hem is geworden. Machthebbers dulden geen leiders omdat zij een rechtstreekse ondermijning van de macht betekenen waarom leiders zo snel mogelijk moeten verdwijnen. De mens heeft in al die eeuwen in macht leren denken en elk individu probeert binnen zijn eigen beperkingen zoveel mogelijk van dat ingrediënt naar zich toe te trekken. Daarom houden jullie huisdieren, iets waarnaar je in deze wereld vergeefs zult zoeken. Daarom slaan zwakke mannen hun vrouwen en kinderen omdat zij de enigen zijn waarop ze vat hebben. Macht is een spel van negatieve ambitie, niet om de omgeving beter of mooier te maken maar om er zelf beter of mooier door te worden.
Er zijn natuurlijk gradaties maar macht schuilt in de kleinste hoekjes, niemand uitgezonderd, al gaat het soms om zoiets futielst als een tuinplantje dat niet wil groeien zoals de tuinman of -vrouw zich dat voorstelt. Dat moet worden geleid, gesnoeid en zelfs uitgetrokken en weggegooid. 
Dat is wat de mens niet ziet, niet wil en kan zien omdat het inmiddels raakt aan het fundament van zijn existentie, maar dat is ook precies de reden waarom de menselijke reactie op zijn omgeving niet verandert. Ze buigt niet mee met de werkelijke wetmatigheden, zover die al bestaan, maar ze probeert die omgeving naar zijn eigen wensen te forceren, en daar gaat het mis.

Inmiddels bereiken jullie een ultimatum waarbij verdere manipulatie steeds vaker mislukt en die je op een kwade dag heel duur kan komen te staan.”

Merlijn - koffiepraat

Wat ik verwachtte gebeurde niet, Legolas zei geen nee tegen de aangeboden koffie en proefde smakelijk van het donkere brouwsel wat mij verbaasde.
“Wij kennen de verslavende werking”, verklaarde hij. “Dwergen zijn beter bestand, elfen minder, wat niet wegneemt dat een smakelijk bekertje af en toe…” Hij glimlachte.
“Wonen jullie ook onder de grond?” vroeg ik aan dwergvrouw.
“Dit is onze habitat, zoals voor de trollen hoewel we niet aan elkaar verwant zijn.” Bij het horen van het woord trollen keek ik naar Legolas, maar hij glimlachte.
“De trol is evenmin aan ons verwant, en ja ook wij zijn gevoelig voor bijgeloof waarom we de soort liever niet bij de naam noemen. Er zijn er nog steeds die denken dat het hardop uitspreken ongeluk brengt, dat we hen oproepen om ons te overvallen, en dat diegene die hun naam noemt bij de eerstvolgende slachtoffers zal horen. Onzin natuurlijk, maar gevoeligheden zijn zaken die je van elkaar moet respecteren.”
“Trollen zijn niet de enige bedreiging voor jullie, maar op de anderen rust geen taboe?”
“Op de trol als zodanig rust geen taboe, alleen op het uitspreken van de naam. Een overerving uit een tijd toen we ons nog niet zo goed tegen hen konden verdedigen. Geschiedenis draagt een lange tijd, of we ons van dit gebruik ooit zullen bevrijden weet ik niet en het is ook niet belangrijk. Trollen zijn een soort, zoals wij een soort zijn, of jullie, of de dwergen. Wij hebben de pech dat zij ons als voedsel zien.” Legolas glimlachte. “Elke soort heeft voedsel nodig om te kunnen bestaan. Wij eten geen vlees, maar dwergen doen dat wel en moeten dus doden om zelf te overleven. Dat is een biologisch gegeven en dat geldt net zo goed voor trollen.”
Ongelovig staarde ik hem aan. “Hoor ik dit goed? Heb jij begrip voor het feit dat trollen jullie eten?”
“Wat is begrip? Het is een gegeven dat trollen zijn zoals ze zijn en dat geldt ook voor ons. Wij voelen ons niet superieur aan een andere soort, alleen is het lastig samenleven met wezens die ons graag in hun kookpotten zien. Sowieso, stel dat we tot overeenstemming zouden komen en zij in plaats van ons andere voedselbronnen zouden nemen, dan nog zou het vernietiging van leven betekenen en waarom zou een elfenleven meer betekenen dan bijvoorbeeld dat van een hert? Een soort is niet waardevoller omdat het beter opgewassen is tegen eventuele gevaren. Dat is de menselijke manier van denken. Bovendien wordt onze soort niet bedreigd door nu en dan een verlies. Wij allemaal maken deel uit van een natuurlijk proces waarin geboorte en dood nu eenmaal vaststaande gegevens zijn.”
Ik schudde mijn hoofd, was waarschijnlijk teveel mens om deze gedachtengang te kunnen volgen, al hoorde en begreep ik wel wat Legolas zei. “Elk wezen heeft dus dezelfde waarde?” vroeg ik ongelovig.
“Niet dezelfde. Elk wezen is anders en daarin uniek waarom dat ook geldt voor zijn waarde, maar waarde is een begrip dat door mensen schromelijk wordt overschat. Je kunt het niet ontlenen aan het feit dat je bestaat. Als je dat doet schakel je het hele systeem gelijk terwijl juist het interessante aan het leven is dat niets aan elkaar gelijk is. De waarde bestaat uit datgene wat je met het leven doet niet omdat het er is. Individuele waarde groeit of daalt met de jaren, afhankelijk van hoe je de verstreken tijd invult. Het recht van de trol is net zo goed om zijn leven te leven met de mogelijkheden die het heeft; een recht dat ieder levend wezen voor zichzelf opeist ongeacht de contradicties die het daarmee schept, want die zullen er altijd zijn. De plaats die ik hier en nu inneem kan niet door een ander worden ingenomen en het zou van kleingeestigheid getuigen als bijvoorbeeld jij dat zou proberen. Die contradictie is altijd aanwezig.”
“Ja maar, een denkend wezen dat een ander denkend wezen als voedselbron gebruikt…”
“Alle wezens denken, weliswaar niet op hetzelfde niveau, maar als je die ethiek consequent zou doortrekken zou je verhongeren. Je zou je eigen leven onmogelijk maken. Dat is waarom mensen onderscheid maken, grenzen trekken om voor zichzelf uit te maken wat toelaatbaar is. Dat dat niet lukt bewijzen jullie oorlogen: je eet elkaar niet, maar doodt niet minder!”

Die zat, want plotseling zag ik de verkwisting van mensenlevens door mensen in een heel ander perspectief. Niet alleen ethisch of in vormen van verkwisting, maar de onhoudbaarheid van een moraal die er in wezen helemaal niet was. Het “gij zult niet doden”-principe als beschermend laagje dat er dagelijks werd afgekrabd maar waarachter de mensheid zich toch bleef verschuilen, waaraan het notabene zijn hogere status ophing, het zich beter voelen dan elk ander wezen, was niet meer dan een verdraaid verhaal zoals elke schrijver het verhaal in zijn hoofd naar zijn hand zet om het superieur te laten lijken. Is dat de mens? Zijn superioriteit afgemeten aan wat hij zelf bedenkt zonder rekening te houden met de onmetelijke diversiteit van alles wat buiten hem gebeurt?  


Merlijn - atelier

Aan het eind van de korte tunnel bevond zich een reeks kamertjes waarvan we er eentje binnengingen aan de andere kant weer buiten liepen, een volle etage lager naar later bleek en ik had er niets van gemerkt.
Het licht was niet fel maar helder en zonder schaduwen werd alles van alle kanten duidelijk belicht, zelfs de kleinste details. Ik bleef staan, keek stomverbaasd naar deze nieuwe omgeving en begreep onmiddellijk dat wie hier werkten dwergen waren, maar niet zoals in de sprookjes met zwoegende ijzers en laaiende vuren, maar in een atelier groter dan een voetbalveld waar op de wanden of los in de ruimte schema’s werden geprojecteerd die als leidraad fungeerden voor wat de dwergen produceerden.
Rond Legolas mond speelde een fijn lachje. Hij nam mij mee naar een dwergenvrouwtje dat niet eens tot mijn borst reikte en stelde ons aan elkaar voor. Haar naam was onuitspreekbaar, en is niet belangrijk voor het verhaal, wel haar positie omdat ze leiding gaf aan deze afdeling van wat later een kolossaal ondergronds netwerk van hoogstaande technische nijver bleek te zijn.
“Dus toch hiërarchie”, merkte ik wat onbeholpen op.
“Bij dwergen wel, bij elfen niet”, sprak Legolas zacht en de vrouwelijke techneut glimlachte wijs.
“Structuren tussen culturen zijn altijd ongelijk”, gaf ze als haar mening waarbij ze mij vreemd openhartig aankeek. “Soms zelfs binnen eenzelfde soort.” Ze knipoogde guitig.
“Ik had begrepen dat er een zekere animositeit tussen elfen en dwergen heerste.”
Legolas lippen krulden ironisch. “Je moet niet teveel aandacht aan jullie sprookjes en verhalen schenken. De schrijvers hebben de verschillende feiten naar eigen inzicht aangepast om een soort menselijke samenleving in een ander jasje te creëren, maar het strookt meestal niet met de werkelijkheid.”
“Storen jullie je aan die weergave?”
“Storen is veel gezegd. We kennen jullie behoefte om feitelijkheden te verdraaien en als een mens ons gebruikt om een verhaal te schrijven wil dat niet zeggen dat wij ons daarmee vereenzelvigen. Ze doen maar, zou je kunnen zeggen, het raakt onze koudste kleren niet, hoewel dat ook weer niet altijd waar is, dat blijkt wel omdat ik jou telkens moet uitleggen dat wat jij over ons denkt te weten niet strookt met hoe het is.”
Ik kleurde beschaamd. “Neem me niet kwalijk.”
“Dat geeft niet”, lachte het dwergenvrouwtje, “Legolas vindt niets zo leuk als menselijke dwalingen recht zetten.”
“Dus jullie zijn het die alle gesofisticeerde techniek mogelijk maken”, probeerde ik het snel over een andere boeg om de voor mij vervelende impasse te doorbreken.
Het vrouwtje schudde haar hoofd. “Onze technische ontwikkeling is een symbiose tussen beide volken. Wij gebruiken elkaars mogelijkheden en specifieke vaardigheden om onze wereld te versterken. In haar totaliteit, bedoel ik, niet alleen voor onszelf. Het dwergvolk is de uitvoerende factor omdat juist daar onze kracht ligt. Wij zijn goed in knutselen, zou je kunnen zeggen”, lachte ze fijntjes, “maar het aanbrengen van wat nodig is komt vaak en heel gedetailleerd van de elfen hoewel wij natuurlijk te alle tijden onze inbreng hebben. Technisch vernuft werkt niet van boven opgelegd, maar komt van binnen door een versmelting van beredeneerde mogelijkheden en de wens van het gevoelsmatige, dat wat van belang is om de samenleving te versterken.”
“Niet zoals bij mensen om er winst mee te maken”, knikte ik.
“Dat speelt hier helemaal geen rol omdat meerwaarde in onze wereld niet aan de orde is. Meerwaarde is een uiting van hebzucht, wat wij niet kennen. Techniek is een instrument dat in zekere gevallen een toegevoegde waarde heeft, om het leven beter te begrijpen bijvoorbeeld, of om structuren zodanig te kanaliseren dat het geheel van het systeem er baat bij heeft… Wil je koffie?”
Ik keek verrast. “Elfen kenden geen koffie, naar ik aannam. Ik had het tenminste nergens gezien.”

Dwergvrouw glimlachte. “Niet alles wat de mens heeft ontdekt wordt door ons afgewezen, maar wij verbouwen het wel onder beschermde omstandigheden zodat infiltratie met ons eigen ecosysteem uitgesloten is.”