Follow by Email

donderdag 17 mei 2012

WANDERBACH page 8


With the little ax from his camping gear he flattens a way, but even the sharp steel doesn’t do much against the elastic weeping branches which wound his face. It seems infeasible and he stops regularly to remove a thorn from a dog paw or to gather new forces for a next attack on the tough wall of brushwood.
There are moments where he wants to give up but the defeated wood has already closed itself impregnable and even he doesn’t know how far he has to break through this jungle, it took three hours to get here, and with desperate courage he again attacks the front of vegetation.
The first sign comes from the dogs when they start barking, high and excited while their tails turn like propellers. Then he sees: a glimpse of light through the wooden wall. The bushes becoming thinner and with renewed energy he chops further until he finally breaks the last branches.
The dogs spurt by, but he sinks speechless on his knees and overlooks the valley: a paradise after the nightmare of entwined thorn bushes and breast-high rocks. Young and eye blinding green covers grass the entire meadow as far as he can see. Here and there grouped trees like if they are planted. But most important is the clear blue river that meanders to the further away mountains, pleasantly drifting in her bed.
He follows the playing dogs to the middle of the creek and throws off his rucksacks, undresses until he wades naked into the water where he falls down, stretches and washes his wounds. The cool fluid works like balm for his fatigued and sweaty body, and he floats, dips his head till breath forces him to rise again. Laughing he embraces the dogs.

Met het bijltje dat bij de kampuitrusting hoort baant hij zich een weg, maar zelfs het scherpe staal haalt niet veel uit tegen de veerkrachtig zwiepende takken die zijn gezicht openhalen. Het lijkt onbegonnen en hij stopt regelmatig om een doorn uit een hondenpoot te verwijderen of nieuwe krachten te verzamelen voor een volgende aanval op de taaie muur van kreupelhout.
Er zijn momenten dat hij wil opgeven maar het overwonnen bos heeft zich weer onneembaar gesloten en al weet hij niet hoever nog door het voor hem liggende oerwoud te breken, hij weet dat hij er drie uur over deed tot hier te komen en met de moed der wanhoop stort hij zich opnieuw op het struikgewas.
Het eerste teken komt van de honden die opgewonden hoog beginnen te blaffen terwijl hun staarten als propellers in de rondte zwieren. Dan ziet hij het. Er gloort licht door de takkenmuur. Het struikgewas wordt dunner en met hernieuwde energie hakt hij verder tot hij eindelijk door de laatste vegetatie breekt.
De honden stuiven hem opgewonden voorbij maar hij zakt sprakeloos op de knieën en kijkt in het dal dat een paradijs lijkt na de doorstane nachtmerrie van verstrengelde doorntakken en keien soms zo hoog als zijn borst.
Jong en oogverblindend groen spoelt gras door het golvende dal, zover hij kan zien. Hier en daar groepjes bomen alsof ze zijn aangeplant. Maar het belangrijkst is het helderblauwe riviertje dat naar de verderop liggende bergen buigt en aangenaam in haar bedding kabbelt.
Hij volgt de spelende honden tot in het midden van de beek en gooit zijn bepakking af, kleedt zich uit tot hij naakt in het water waadt waar hij languit neervalt en zijn wonden wast. De koele vloeistof werkt als balsem voor zijn vermoeid zweterig lijf en hij laat zich drijven, dompelt het hoofd onder tot hij naar adem snakkend boven komt en lachend de honden omhelst. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen