donderdag 31 januari 2019

Epos over de mens XLV



Hoe redt de wereld de wereld en ons alleen?
Door ons te redden maakte het dat ons verdween
van het toneel gevuld met misverstanden
schrapte het alle bestanden die haar belasten
en hield niets over om te tonen, aan te tonen
dat het haar schuld niet was,
maar slechts een kras op het blazoen van onvermogen,
geen onvertogen woord kwam over haar lippen
over het laag voor laag strippen van de korst.
Maar dat kraken van dorst droogde ons uit
tot ook wij barsten van ongeduld om de onschuld die het niet meer had,
verdwenen achter het rad van fortuin was het weggewield,
terug naar het oneindig verlangen van nog een dag,
die, wat dacht je, nooit meer komen mag na het verslag
dat de wereld van ons deed
was het op, gedaan met ons en alle anderen
omdat de wereld vond dat de wereld moest veranderen.

Verbazingwekkend vlug kwam hij terug van weggeweest,
dat beest dat nooit meer oorlog mocht, nooit meer macht
had het naar zich toe getrokken, nu het toch weer dacht
het loopje te kunnen nemen, was er opnieuw dat langverwachte feest
van schieten met mortieren, van graven vol van lopen,
van mensen dicht bijeen, geconcentreerd op hun hopen
om te blijven leven, het naakte zijn alleen nog zonder franje
geen internet, geen viering van oranje op bevrijdingsdag,
stonden zij naakt en uitgeteerd met schamel kostje in een tinnen mok
en gluurden bang met holle ogen naar wie zijzelf nog hadden verkozen
toen zij dachten meer te hebben dan een ander, dat de vijand buiten woonde
was hij al lang, decennia lang, een van hun, als buur, als vriend, als broer of zus,
was hij dus, nooit weggeweest van tussen hen in!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten