dinsdag 2 april 2019

Epos over de mens CVI



Nagenoeg onbestaand, getaand door het winters’ warme weer
kniel ik neer tussen planten, grassen, bomen
die het kleine weitje omzomen waar altijd,
maar vandaag dus niet, de wilde hengst komt grazen
en ik mij vlei tussen de mazen van het struweel
om hem te observeren hoe hij knabbelt van het stugge gras
dat zopas nog werd gemaaid met een machine
die van gemeentewegen werd ingezet,
hoegenaamd om ons mensen te dienen.
De flauwekul van die onwetende lul
op zijn motormaaier rondjes draait
waar hij het gras niet alleen niet verfraaid
maar aardse plekken doet ontstaan.
Nog één keer en het is met die jandoedel gedaan,
beloof ik mezelf terwijl ik aanleg en mik
op zijn van begeerte gerezen pik
die is gaan staan omdat hij het met de motormaaier heeft gedaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten