Follow by Email

woensdag 11 juli 2012

WANDERBACH page 65


He is starving and looks grateful at Perlwachter who grins full mouthed and signs the guide-Nymph after which she glides towards Tork like a snake. Sweet lips feed him and he guzzles under soft rubbing breasts.
When did he undress? Tork doesn’t know. It doesn’t matter. Only this is important; a sensual stunning woman that shares food with him.
Together they drink from the same beaker and what he spills she licks clean. Life is gorcious. Happy he presses her against the cool moss and while she keeps feeding they make love.
He explodes with laughter when he sees how the dogs swell in gobbling gluttony. Soon they will yet explode and again he doubles up with laughter.
The Nymph is everywhere, satisfies but his hunger grows. He wants to eat her, tenderly grilled. Wine tastes sweet and he spills, looks down and roars with pleasure.
- ‘I am Buddha!’
His belly reaches his knees, covers the upper legs. His breasts are bigger than hers and hang heavy on the bulging tummy. He feels and his cheeks stick out his head like hamster bags, his jaws a grounding machine; the throat as shaft, from where chunks tumble down in free fall, deep into the warehouse of his stomach.
Sometimes he gives air to the pile of anger and frees a noise making burp that rattles against the rocky walls. Grinning he lifts his butt and bubbles a wave that enlightens the guts, expels the food scent to the great pleasure of the Nymphs.
Tork feels excellent in his new role of food-barn and tries his utmost to exceed himself and the dogs why he succeeds eating a small hole in the overwhelming victuals, and yet he isn’t satisfied. 

Hij is uitgehongerd en kijkt dankbaar naar Perlwachter die met volle mond naar hem grijnst en de gidsNymph een teken geeft waarna ze als een slang naar Tork glijdt. Zoete lippen voeren hem en hij zwelgt onder zacht wrijvende borsten.
Wanneer kleedde hij zich uit? Tork weet het niet. Het doet er niet toe. Alleen dit is belangrijk. Een wulps bedwelmende vrouw welke voedsel met hem deelt.
Ze drinken samen uit dezelfde beker en wat hij knoeit likt zij schoon. Het leven is verrukkelijk. Blij drukt hij haar tegen het koele mos en terwijl ze blijft voeren bedrijven ze de liefde.
Hij proest van het lachen wanneer hij ziet hoe de honden zwellen in schrokkerige vraatzucht. Straks exploderen ze nog en weer giert hij van pret.
De Nymph is overal, bevredigt maar zijn honger wordt groter. Hij zou háár willen eten, mals gegrild. Wijn proeft zoet en hij knoeit, kijkt omlaag en schatert.
- ‘Ik ben Boeddha!’
Zijn buik reikt tot de knieën, bedekt de bovenbenen. Zijn borsten zijn groter dan de hare en hangen zwaar op de puilende buik. Hij voelt aan zijn wangen die als hamsterzakken uit zijn kop steken en zijn kaken een vermalende machine. Zijn keel de schacht waarin de brokken in vrije val omlaag tuimelen tot in het pakhuis van de maag.
Soms geeft hij lucht aan de stapelwoede en lost een rommelende boer die tegen de rotswanden rochelt. Grijnzend tilt hij zijn kont en borrelt een golf die de darmen verlicht, de voedselgeur verdrijft tot groot plezier van de Nymphen.
Tork voelt zich prima in zijn nieuwe rol van vreetschuur en doet zijn best zichzelf en de honden te overtreffen waardoor het hem lukt een klein gat in de overstelpende voorraad te eten, en nog raakt hij niet verzadigd. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen