dinsdag 7 mei 2019

Epos over de mens CXLII



Er is geen soort die zoveel afval produceert,
maar vertikt het op te ruimen
zolang het niet tot onze lippen staat
en het voorgoed onze nek omdraait!

Meestal ben ik niet alleen
maar zwermen er vele beestjes om mij heen
die kruipen en krioelen
op mijn lijf
waar ze door mijn haren woelen.

Het is met winteren nog niet gedaan
want de kou staart mij grijs van buiten aan,
al is de lente in het land,
ze heeft de herfst nog steeds in onderpand.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten