dinsdag 2 mei 2017

Merlijn - hekwerk

Het viel me op dat je overal kon doorlopen; geen afrasteringen, bordjes met ‘natuurreservaat’, of ‘op de paden blijven’, geen aanduidingen van welke vorm van bezit dan ook. Dat was thuis wel anders. Daar was het onmogelijk de loop van een riviertje te volgen omdat je dankzij verkavelingen telkens van de bedding vandaan werd geleid, gedwongen een stuk drukke verkeersader te bewandelen met alle risico’s van dien die trouwens ook op de wandelpaden aanwezig bleven. De mens is hardleers en wanneer een pad niet door middel van obstakels voor vierwielers ontoegankelijk was gemaakt liep je als voetganger nog altijd de kans overreden te worden in een stiltegebied. Godbetert, stiltegebied! Waar de natuurliefhebber luid babbelend liep te joggen in kuddeformatie, zowat struikelend over een passerende vos zonder het dier te zien, wilde bloemen vertrappend die daarom beschermd moesten worden zonder dat die bescherming werkelijk hielp. Het was een gotspe al die wandelverenigingen, de paden op de lanen langs, met hun absoluut niet bestaande aandacht voor waar ze wandelden. “Kijk een grenspaal!” “Welke grens?” Om kilometers onder je voeten achter te laten was de loopband in de plaatselijke fitnessclub beter geschikt, maar daarvoor moest worden betaald en de natuur of wat er van over was mocht je zomaar gratis vertrappen.
Heerlijk hier die afvalloze stilte die over ons neerdaalde zelfs terwijl Merlijn aan het woord bleef en uitleg gaf over de vreemde fauna en flora wat toch niet bleef hangen met zoveel onbekende indrukken die zelfs in ons trage tempo als in een versnelde film voorbij schoven.
Geen opengescheurde vuilzakken in het wilde weg gedumpt omdat verzamelen werd belast maar blijkbaar de benzine niet die het kostte om van huis het bos in te rijden waar de dader schichtig rondspiedde voordat hij zijn zelfverklaarde rotzooi achterliet. Het was van een schoonheid die bijna pijn deed aan de ogen omdat niets verstoord leek door wezens die meenden de hele wereld naar zich toe te kunnen trekken en zelfs verontwaardigd reageerden wanneer hen iets werd ontzegd omdat er vogels broedden bijvoorbeeld die ze oh zo graag wilden zien terwijl ze dat zien juist onmogelijk maakten door het te verstoren.
Deze ergernis wekkende domheid was hier niet of ik merkte er niets van in elk geval. Geen gejoel dat op een sportveld thuishoorde of gebral als in een kroeg. Maar vooral geen hekken, niet omdat ik overal wilde zijn maar omdat de blik ongehinderd door cultuur signalen in alle rust de omgeving overzag, ik daarom ook niet het gevoel kreeg dat ik hier niet thuishoorde werd ik vanzelf onderdeel van het geheel van deze wereld die ik best als de mijne zou willen omarmen…
Plotseling hield Merlijn mij staande en drukte mij naar achteren. “Niet bewegen!” fluisterde hij.
Ik zag niets tot het slangachtige dier uit het dichte struikgewas schoot met vurige ogen en opengesperde bek recht op mij af dook was het aan Merlijn te danken en zijn pulserende gestrekte armen dat het serpent mij op een haar na miste maar zich snel herstelde en opnieuw tot de aanval overging die ik nu zelf bevend wist te ontwijken omdat het nog niet volledig was hersteld van wat de tovenaar ook met hem deed rook ik zijn smerige adem die naar afval stonk, schampte de kille huid mijn arm en stond Merlijn alweer voor mij om een volgende aanval te pareren.
Het dier wierp zich kronkelend om sloeg vervaarlijk met zijn grote kop waarin messcherpe tanden blonken in staat mij als een shredder in reepjes te snijden. Ik wist niet waar ik de kracht moest halen om het telkens weer te ontwijken. Magie leek niet te helpen, toch niet afdoende en weer gleed het beest door de lucht. Ik bukte mij maar de staart sloeg mij neer en ik lag duizelig plat op de grond rolde me op als een foetus en wist zeker dat mijn uur gekomen was. Dit was het einde. Ik wilde naar huis, wilde alleen nog maar dat gevaarlijke dieren achter hekken werden gehouden toen de trefzekere pijl uit het niets over mij heen suisde in de opengesperde muil drong.
Het was niet genoeg om het te doden dat nu woedend met zijn hele lijf om zich heen sloeg terwijl het gromde: een laag oorverdovend gebrul dat stront in mijn broek perste en mij minstens een kilo deed verliezen zo hevig zweette ik. In dat moment dat de elf naar voren sprong en een tweede ditmaal dodelijke pijl in het zoekende lijf schoot werd ik jaren ouder en zo bang als ik nog nooit was geweest.

Ze hielpen mij overeind, de elf en de tovenaar, haalde de elf met een vertrokken gezicht zijn neus op tegen de stank die ik verspreidde. De stank van pis, kak en angst. Nog te veel ontdaan om blij of dankbaar te zijn voelde ik mij veeleer kwaad, agressief en schopte hulpeloos en gefrustreerd tegen het dode ondier lijf waardoor ik ook nog mijn enkel verstuikte.

maandag 1 mei 2017

Merlijn - werk

“Produceren elfen dan geen afval?”
“Nee, zo min als dieren dat doen. Dat is mee te danken aan hun ontdekking van het gebruik van negatieve materie, maar dat ontdekken gebeurde juist vanuit het zich bewust zijn van de vergankelijkheid van de dingen. Het was een logisch gevolg van hun denkwijze dat belasting van het milieu hoe dan ook een bedreiging vormt. Het is zelfs geen kwestie van redeneren maar van een innerlijk weten dat vanzelfsprekend is. Bij het zoeken naar oplossingen verkennen zij heel andere kanalen dan de mens doet en komen daarbij automatisch bij andere toepassingen.”
“Allemaal goed en wel, maar ze dragen kleren die gemaakt en gewassen moeten worden, ze gebruiken gereedschappen…”
“Jij bent niet gemakkelijk te overtuigen”, lachte Merlijn. “Hun kleding wordt uit steen vervaardigd. Een kei zo groot als mijn vuist levert genoeg materiaal voor een complete set. Ze kennen een procédé waarbij ze de steen tot een lange en uiterst dunnen draad persen die vervolgens wordt gesponnen en geweven. Het hoeft niet te worden gewassen, niet bij het maken en niet na het dragen. Steen neemt geen vuil op. Je borstelt het er gewoon af als het niet al vanzelf verdwijnt. Door hun manier van persen en bewerken worden de atomen anders gerangschikt waardoor een souplesse wordt verkregen die lijkt op zijde, alleen nog veel verfijnder. Daarbij oogsten ze de steen op een natuurlijke manier bij rotswanden waar door erosie afbrokkeling plaatsvindt. Voor hun gereedschappen en ander gebruiksvoorwerpen hebben ze soortgelijke procédé’s ontwikkeld, vaak met behulp van negatieve materie.”
“Geen afval dus!”
“Nee, geen afval. De afvalberg bij mensen is ook niet ontstaan door levensnoodzakelijkheden. De residu’s die daarbij overblijven zijn natuurlijke producten die weer in de keten van het leven worden geschakeld. Afval ontstaat juist door hetgeen je niet nodig hebt en dat wordt geproduceerd meestal om er winst mee te generen. Het excuus is vaak werkverschaffing maar werk op zichzelf is een onnut kwaad en eigenlijk een verkapte vorm van slavernij in ruil voor financiële draagkracht die weer nodig is om de overbodigheid te kunnen kopen die wordt geproduceerd omwille van de werkverschaffing, een zichzelf herhalend recept waarbinnen het menselijk denkkader opereert zonder kans op ontsnapping uit die tredmolen.”
“Zonder werk gebeurt er niets”, riep ik vertwijfeld.
Merlijn lachte. “Hoe denk je dat dingen gebeurden voordat het werkwoord werken werd gelanceerd?”
“Werken is altijd geweest!”
“Daarin vergis je je jongeman. Werk is een vrij nieuw begrip in het menselijk denken…”
“Ja, ja. Jagen, verzamelen…”, schamperde ik. “Dat is toch ook werken?”
“Nee, dat zijn levensnoodzakelijkheden zoals een dier jaagt of vruchten eet, maar je hoeft helemaal niet zover terug. Het is nergens voor nodig om terug naar de “natuurlijke staat” te gaan en het principe van de edele wilde te verkondigen. Je zou sowieso doodgaan van verveling als je geen bezigheden had, maar die natuurlijke bezigheden die het leven zin geven hebben niets met werk als zodanig te maken. Lesgeven bijvoorbeeld, het doorgeven van wat jij al weet, zou geen werk moeten zijn maar een vanzelfsprekendheid zoals ik jou nu onderwijs zonder dat daar enige tegenprestatie tegenover staat maar omdat je begrijpt dat educatie van elk individu de gemeenschap en daarmee het totaal ten goede komt. Dat geldt voor veel tegenwoordige beroepen. Er is niks mis met het gebruiken en uitdragen van jouw specifieke kennis. Het gaat pas mis als je die kennis commercialiseert en het eigenbelang van jouw eigen nietige ik als maatstaf neemt waarbij het algemene belang langzaam maar zeker verloren gaat. Dan ontstaat werk en de behoefte de ander toch een minimum aan bestaan te garanderen zodat hij jou kan betalen. De mens is niet sociaal in de betekenis dat hij zich om de ander bekommert. Hij bekommert zich in de eerste plaats om zichzelf wat inhoudt dat hij zich binnen een groep moet bewegen die hem tot voordeel strekt.”
“Maar met de huidige aantallen…”

“Ik geef toe dat het niet eenvoudig is”, zuchtte Merlijn, “maar het gaat vooral om een omslag in het denken, de onwil van de grootste gemene deler die een bedreiging vormt en een sta-in-de-weg is. De mens gelooft van zichzelf dat hij intelligenter is dan in werkelijkheid. Echte intelligentie had het nooit zover laten komen en ik vrees dat decimering van het aantal individuen niet te voorkomen is, wat echter niet wil zeggen dat de soort moet verdwijnen. Er zijn harde lessen nodig om domheid uit te bannen.”

Merlijn - wandeling

Bij mijn terugkeer wachtte Merlijn mij op. Hij was nieuwsgierig naar mijn indrukken en stelde voor om samen door de omgeving te wandelen.
“Is dat niet gevaarlijk?” vroeg ik hem waarbij ik aan het vleesetende paardbeest dacht dat de veldwerkers bedreigde.
“Welnee”, lachte Merlijn. “Ben je nu nog niet overtuigd?”
“Waarom hield Adolana dan de wacht?”
“Ceremonie”, schokschouderde de oude. “Denkende wezens kunnen het niet laten bezigheden te verzinnen om hun wakende tijd nuttig te laten lijken. Dat is hier niet anders.”
“Weeffoutjes in de ideale wereld?”
“De ideale wereld bestaat niet! Zo kort als je hier bent voel jij je nu nog toerist. De indrukken zijn nieuw en alles blinkt. Als je langer blijft zul je ook de tekortkomingen zien. Je zult ze irritant gaan vinden en terugverlangen naar je eigen wereld. Dat heet heimwee, een natuurlijk gevoel van verlangen naar wat vertrouwd is.”
“Zou ik hier niet willen blijven?”
“Waarschijnlijk niet. Je zult je aan sommige zaken zelfs gaan ergeren omdat ze niet stroken met jouw natuur…”
“Zoals?”
“Dat is aan jou om uit te vinden”, glimlachte de tovenaar.
We liepen over smalle paden door dieren uitgesleten of door elfen op weg naar hun velden. Brede wegen had ik hier nog nergens gezien en ik vroeg Merlijn ernaar.
“Ze zijn niet nodig. Vervoer op afstand gebeurt door de lucht wat je inmiddels ook zelf hebt ondervonden. Het is even aanpassen en af en toe verongelukt er iemand maar dat is bij mensen en hun verkeer niet anders. Verhoudingsgewijs vallen de meeste slachtoffers tijdens individueel vervoer over de weg. Te veel individuen willen op hetzelfde tijdstip naar hetzelfde punt. Dan vraag je erom.
Wegen in mensenwereld hebben weliswaar voor uitwisseling van gedachten, cultuur en goederen gezorgd maar of dat in principe een verrijking is waag ik te betwijfelen.”
“Vooruitgang?” opperde ik.
“Hm. Versnelde vooruitgang wellicht. Historici menen dat bijvoorbeeld zonder de Zijderoute er allerlei zaken zoals algebra, papier of buskruit niet tot in Europa was geraakt. Dat is onzin natuurlijk. De Europeanen hadden het uiteindelijk in hun eigen tempo ontdekt en waren waarschijnlijk behoedzamer omgesprongen met hun nieuwe verworvenheden met veel minder nadelige gevolgen. Daarvoor zijn twee redenen die je allebei in de belevingswereld van kinderen kunt terugvinden. Geef een kind teveel speeltjes tegelijk en het weet niet meer wat te kiezen. Het gebruikt zijn agressie om het teveel terug te brengen tot aanvaardbare aantallen. Het maakt kapot. Overstelping met nieuwigheden leidt tot verhoogde agressie, maar daarnaast zie je dat wat een kind zelf bedenkt en in elkaar knutselt het dat bedenksel met veel meer aandacht en omzichtigheid behandelt. Het is een product van zijn eigen geest, al zijn anderen hem misschien al talloze malen voorgegaan. Wat je zelf maakt of bedenkt is dierbaarder en je hebt minder de neiging het in te zetten in situaties waarin het het risico loopt dat het kapot gaat. Het telkens opnieuw uitvinden van het wiel is daarom zo slecht nog niet. Het scherpt de eigen vermogens en je bent ook minder geneigd het van de hand te doen. Handel, en daarmee commercie, had een veel minder grote invloed gehad op het menselijk doen en laten. Er waren minder oorlogen uitgevochten, want die volken die gespaard bleven van de grote schommelingen in de geschiedenis waren altijd zij die slecht bereikbaar waren.”
“Ik volg je redenering. Maar elfen zijn, dunkt mij, qua individuele bereikbaarheid sneller dan mensen.”

“Dat klopt, maar hun ingesteldheid is anders. Uiterlijk lijken ze sterk op mensen, behoudens wat kleine verschillen, maar hun cultuur is op heel andere principes gebaseerd die vaak haaks staan op die van de mens. De mens ziet eigenbelang als het belang van het ego, het eigen zelf. Het eigenbelang van de elf is het totaal omdat het niet alleen weet maar terdege beseft dat zonder het totaal van de omgeving waarin het is ontstaan elke levensvorm gedoemd is te verdwijnen. Ze hebben geen baat bij vernietiging omdat vernietiging uiteindelijk leidt naar de vernietiging van jezelf. Dat is wat de mens niet begrijpt, al zijn er steeds meer die het roepen, ze belijden het niet. Zolang je niet zinvol te verwerken afval produceert ben je bezig jezelf langzaam te wurgen, en dat doet iedereen, niemand uitgezonderd, ook al proberen heel weinigen het tot een minimum te beperken. In mindere mate dragen diegenen toch nog altijd bij aan de consumptiedruk waardoor ze vaak voor een voor hen niet waarneembare manier bijdragen aan het inmiddels onoplosbare afvalvraagstuk. In de mensenwereld kun je je daar niet aan onttrekken zolang er geen algehele omslag in het denken plaatsvind en de mens werkelijk begrijpt dat het maar een onderdeel vormt van het totale gegeven dat zijn wereld is.”