zaterdag 26 mei 2012

WANDERBACH page 21


To find out he has to follow and see why Perlwachter let them come, and even more important: how he managed.
Inside the ring of hills Tork stops suddenly. His first impression was correct. The hills and probably everything surrounded is human made. How did they get the machines up to realize this? This means that there has to be a road to civilization. He will ask the elderly later.
The dogs peep indecisive around his knee, ears pursed, collar of neck-hair half alive. They are in the middle of the village, or better: a midget village! Without any doubt these bumps are homes: hollow inside, because in every one is a half round door. There can’t be much space, the hills aren’t high enough. Even behind the largest he still can see the meadow of grass and trees.
Perlwachter turns triumphantly smiling.
- ‘Again, welcome in Wanderbach’; he laughs and for some reason he looks even taller.
- ‘Do you live here?’ Tork asks incredulously and when the gray-haired nods: ‘Sorry, but aren’t those shacks far too small?’
The old man hints and heads towards one of the doors and after he opens it Tork sees a stair downwards. The homes are for most part underground, except the entrance which is cleverly hidden in the artificial build molehill. They lay in a rough circle, some thirty, in the shape of a vague star two by two. Under the ground they are connected like a chain of coupled livings.
Apart from Perlwachter Tork doesn’t see any sign of life and he wonders where the others are because he can’t imagine that the old man lives by his own in this widely spread complex. 

Om dat uit te vinden moet hij mee en zien waarom Perlwachter hem liet komen en op welke onverklaarbare wijze hij dat voor elkaar kreeg.
Binnen de heuvelring blijft Tork plotseling staan. Zijn eerste indruk klopte. De heuvels en waarschijnlijk alles eromheen zijn door mensenhanden gemaakt. Hoe hebben ze de machines om dit te realiseren hierboven gekregen? In elk geval betekent het dat er een weg moet zijn die naar de bewoonde wereld leidt. Hij zal er de oude straks naar vragen.
De honden gluren besluiteloos rond zijn knie, de oren gespitst, de kraag van nekharen half overeind.
Ze staan midden in een dorp, of liever: een kabouterdorp! De heuvels zijn onmiskenbaar woningen: hol vanbinnen want in elke verhoging zit een halfronde deur. Veel ruimte kan er niet zijn, zo groot zijn de heuvels niet. Zelfs over de hoogste ziet hij het achterliggend landschap van gras en bomen.
Perlwachter heeft zich triomfantelijk glimlachend omgedraaid.
- ‘Nogmaals, welkom in Wanderbach’; zegt hij twinkelend en om de een of andere reden lijkt hij nog langer.
- ‘Woont u hier?’; vraagt Tork ongelovig en wanneer de grijsaard knikt: ‘Neemt u mij niet kwalijk, maar die hutjes zijn toch veel te laag?’
De oude wenkt opnieuw en gaat voor naar een van de deurtjes en nadat hij het openduwt ziet Tork een trap omlaag. De huizen zijn voor het grootste deel ondergronds, behalve de toegang die kunstig in de artificieel opgeworpen molshoop verborgen werd.
De heuvels liggen in een ruwe kring, een stuk of dertig, en in de vorm van een vage ster twee aan twee gepaard. Onder de grond staan ze met elkaar in verbinding als een cirkel van geschakelde woningen.
Behalve Perlwachter ziet Tork geen teken van leven en hij vraagt zich af waar de anderen zijn omdat hij zich niet kan voorstellen dat de grijsaard in zijn eentje in het uitgestrekte complex woont. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten