Follow by Email

woensdag 31 oktober 2012

tandarts / dentist


Zomer blijft de hele winter door
Floot ik lente tussen getrokken tanden
tijdens de herfst van mijn leven
bloeide ik en bloedde
toen ik van de tandarts kwam


Summer stays all winter
Whistled spring between pulled teeth
during the autumn of my life
I flourished and bled
when I returned from the dentist

WANDERBACH page 159


He shrugs. ‘I have the feeling that I know you; strange that I know your name...’ She smiles timid.
- ‘I am honored.’
Suddenly the duchess appears. She wants to return to her suite. ‘Not now, dear’, Tork reacts absent. ‘Do ask someone else tonight.’ Duchess’ eyes catch fire when she turns furious and pounding vanishes between the bystanders. With raised head she leaves the room immediately. Alone! She does need anyone if Tork wants to engage with that foolish wallflower. Wait and see!
Torks’ attention is totally for the girl. From where does he know her? How does he know her name? He has the feeling that he even knows her very well but how is this possible if she doesn’t remember him? He looks around confused. Did all these people leave! The excess of female beauty only interests him temperate. Pretty to look at! Beauty consumes easier, but now…… He rubs his forehead and has to admit that Gabi is beautiful. Whatever.....? She intrigues, even stronger: he is shocked and wants to be alone with her, yet he doesn’t know why. The ball will take till tomorrow morning, if he is present or not and that’s why he asks her to accompany him.
- ‘On deck it is more quite. Colder as well, but it’s a beautiful night. Do you have a coat?’ He stares at her bare feet while the girl shakes her head.
- ‘I only cause trouble, Lord’, she whispers shamefaced. The governess brings salvation when she lends Gabi her far too big tippet. Helpless the girl follows Tork and his merry jumping dog that is glad to leave the ballroom. No elevator; Tork wants to walk, keep moving, and chooses the spiral ascent in the ships’ center.

- ‘Ik weet niet. Ik heb het gevoel dat ik je ken. Wel gek dat ik je naam weet...’ Ze glimlacht timide.
- ‘Ik ben vereert.’
Plotseling is de hertogin er. Ze wil terug naar haar suite. ‘Nu niet, lieve’, reageert Tork verstrooid. ‘Vraag vanavond maar iemand anders.’ Hertoginnenogen schieten vuur wanneer ze zich woedend omdraait en stampvoetend tussen de omstanders verdwijnt. Ze verlaat onmiddellijk met opgeheven hoofd de zaal. Alleen! Zij heeft niemand nodig als Tork zich wil verslingeren aan dat domme muurbloempje. Wacht maar!
Torks’ aandacht is helemaal voor het meisje. Waarvan kent hij haar? Hoe weet hij haar naam? Hij heeft het gevoel dat hij haar zelfs goed kent maar hoe kan dat als zij zich hem niet herinnert? Hij kijkt verward rond. Donderden al die mensen maar op! De overdaad aan vrouwelijk schoon interesseert hem maar matig. Prettig om naar te kijken! Schoonheid consumeert nu eenmaal gemakkelijk, maar nu…… Hij strijkt over zijn voorhoofd en moet toegeven dat Gabi mooi is. Wat dan nog.....? Ze intrigeert, sterker nog: hij is geschokt en wil met haar alleen zijn, al weet hij niet waarom. Het bal duurt tot morgenvroeg, of hij er is of niet en daarom vraagt hij haar hem te vergezellen.
- ‘Aan dek is het rustiger. Frisser ook, maar het is een prachtige nacht. Heb je een mantel?’ Hij staart naar haar blote voeten terwijl het meisje haar hoofd schudt.
- ‘Ik bezorg u alleen maar last, Heer’, fluistert ze kleintjes. De gouvernante biedt uitkomst wanneer ze Gabi haar veel te grote schoudermanteltje leent. Hulpeloos volgt ze Tork en de vrolijk springende hond die blij de ballroom verlaat. Geen lift. Tork wil lopen, in beweging blijven, en kiest voor de spiralende opgang in het centrum van het schip.

dinsdag 30 oktober 2012

de bedelaar / the beggar


Wandelen door straten
met zonovergoten terrassen
en nergens plek voor mij
Heb ik mijn laatste cent verbeurd
opgesoepeerd en weet niet waar
ik mijn fooi verloren ben
ergens tussen hier en de helmstraat
kruiste ik de degens
en liep storm op een schild


Walking through streets
full of sunlit terraces
and nowhere room for me
Have I lost my last penny
used and I don’t know where
I spent my tip
somewhere between here and the helmet street
I crossed the daggers
and rushed upon a shield

WANDERBACH page 158


- ‘She believes we do’, he smiles.
- ‘And you?’
- ‘I? How shall I say? I feel liable.’ She nods.
- ‘You should marry a nice young girl. That will free you of such obligations so you can do what you want.’ Tork laughs.
- ‘Marry, I? Believe me: more free then this I can’t become. The duchess? Well; she doesn’t take that much time that it irritates or disturbs. After this journey I discharge myself of all duties and will do what I like most.’
- ‘Which is?’
- ‘Another expedition, together with the dog. Without servants, just Barg and me through no man’s land under a starry sky, with nothing but a small tent as shelter.’
- ‘That must be wonderful’; the woman fancies and stares silent in the front. ‘Without obligations; you have the richest life of us all.’ Suddenly she looks at him.
- ‘Yet I want to introduce you to someone. I met her by accident today. She is young, beautiful, sweet but above all: modest.’ She takes Tork to a corner of the ballroom where it is as dusk as Barg meant. With her back against the wall stands a young woman in a short white dress on bare feet. The blond curly head shyly bend.
- ‘Gabi!’, Tork cries surprised. The girl lifts her head timid.
- ‘Do you know me, Lord?’
- ‘Yes, I…I, I don’t know. Do we know each other? Your name is Gabi, isn’t it?’ She nods.
- ‘Don’t you know me then?’ She shakes her head desperate. Tork falls prey to confusion. 

- ‘Zij vindt van wel’, glimlacht hij.
- ‘En u?’
- ‘Ik? Hoe zal ik het zeggen. Ik voel me verplicht.’ Ze knikt.
- ‘U zou met een leuke jonge meid moeten trouwen. Dat ontslaat u van dergelijke verplichtingen en bent u vrij te doen wat u wilt.’ Tork lacht.
- ‘Trouwen? Ik? Geloof me: vrijer dan nu kan ik niet worden. De hertogin? Ach. Ze neemt niet zoveel tijd dat het irriteert of verontrust. Na deze reis ontsla ik mezelf van elke verplichting en doe weer wat mij het liefste is.’
- ‘En dat is?’
- ‘Een volgende expeditie. Samen met de hond. Geen bedienden, alleen Barg en ik door niemandsland onder een sterrenhemel, met niets dan een kleine tent als beschutting.’
- ‘Dat moet verrukkelijk zijn’, mijmert de vrouw en staart stil voor zich uit. ‘Zonder verplichtingen. U heeft het rijkste leven van ons allemaal.’ Plotseling kijkt ze hem aan.
- ‘Toch wil ik u aan iemand voorstellen. Ik kwam haar vandaag toevallig tegen. Ze is jong, mooi, lief maar bovenal: bescheiden.’ Ze neemt Tork mee naar een hoek van de ballroom waar het zo schemerig is als Barg bedoelde. Met de rug tegen de muur staat een jonge vrouw in een kort wit jurkje op blote voeten. De blonde krullenkop verlegen gebogen.
- ‘Gabi!’, roept Tork verrast. Het meisje tilt schuchter haar hoofd op.
- ‘Kent u mij, Heer?’
- ‘Ja, ik…ik, ik weet niet. Kennen wij elkaar? Je heet toch Gabi, niet?’ Ze knikt.
- ‘Ken jij mij dan niet?’ Ze schudt vertwijfeld haar hoofd. Tork is ten prooi aan verwarring. 

maandag 29 oktober 2012

levenssleutel / key to life


Wist ik maar wat schrijven
of inspiratie in mijn hoofd
mijn hart, mijn leden
Heb ik mijn lijf teveel beloofd
of faalt energie?
welke mij ooit liet drijven
op gestage stroom
van droom en daad
van meesterlijk voelen
hoe het met mijn leven staat...


Did I know what writing
or inspiration in my head
my heart, my limbs
Have I promised my body too much
or does energy fail?
that let me ever float
on steady stream
of dream and deed
of brilliant feeling
how moves on my life...

WANDERBACH page 157


The duchess enjoys the jealous looks while she dances with the host as if she owns him and rubs her soft body against his. Tork sighs because he knows what follows. After the dance, during which she leaves her fragrance brand like a cat to have other ladies think twice, she lets him free and will reclaim him only as soon as she wants to return to her suite. Not that they have an affair, even if most guests are convinced of it in the mean time.
After the dance he takes leave with a short curtsy. She smiles complaisant. Except some platitudes they didn’t speak. Not more then a small affliction to let his past friend rest in peace and the duchess knows, but it seems that she plays her roll with even more vivacity just because of that.
After the opening dance the floor becomes crowded. The orchestra is relieved and up tempos. Tork watches amused. Hopefully he doesn’t have to dance anymore tonight but mostly his freedom is confined; and yet this is better then making the journey alone, he thinks when a firm lady with red apple cheeks gives notice. She is the wife of the governor, the governess like she calls herself jocular. Tork is fond of her, this woman of the countryside that never denies her origin, why the duchess calls her “that up cased farmers bitch”.
He offers his arm cheerful but the woman shakes her head. ‘I’m not begging for a dance’, she conspiratorially whispers. ‘I want to protect you. You don’t like dancing, isn’t it?’
- ‘Not like is too much. The obligation disturbs me. It’s all so little spontaneous and according to protocol. That I don’t like. In fact I’m just an ordinary guy yet this ship is mine. You will understand. We don’t differ that much.’ The woman smiles.
- ‘You are a strange chap, Tork. Do you really have an affair with the duchess?’ 

De hertogin geniet van de jaloerse blikken terwijl zij met de gastheer danst alsof hij haar eigendom is wrijft ze haar zachte lichaam tegen hem aan. Tork zucht want hij kent het vervolg. Na de dans, waarbij ze als een kat haar geurmerk achterlaat en andere dames zich wel drie maal bedenken, laat ze hem vrij en zal hem pas opeisen zodra ze terug naar haar suite wil. Niet dat er iets tussen hen is, al zijn de meeste gasten daar inmiddels van overtuigd.
Na de dans neemt hij met een lichte buiging afscheid. Ze glimlacht minzaam. Behalve wat gemeenplaatsen wisselden ze geen woord. Niet meer dan een lichte beproeving om zijn overleden vriend in vrede te laten rusten en de hertogin weet, maar het lijkt of ze haar rol juist daarom met nog meer verve speelt.
Na de openingsdans stroomt de vloer vol. Het orkest herademt en verhoogt het tempo. Tork kijkt geamuseerd toe. Hopelijk hoeft hij vanavond niet meer te dansen maar meestal duurt de vrijheid niet lang. En toch is het beter dan alleen de overtocht maken, denkt hij nog, wanneer een struise dame met rode appelwangen zich aandient. Ze is de vrouw van de gouverneur, de gouvernante zoals ze zelf guitig zegt. Tork mag haar wel, deze vrouw van het boeren platteland die haar afkomst nooit verloochent, waarom de hertogin haar “die omhoog gevallen boerentrut” noemt.
Hij biedt joviaal een arm maar de vrouw schudt haar hoofd. ‘Ik kom niet om een dans bedelen’, fluistert ze samenzweerderig. ‘Ik wil u juist behoeden. U houdt eigenlijk niet van dansen, nietwaar?’
- ‘Och, niet van houden is wat veel. De verplichting stoort mij. Het is allemaal weinig spontaan en volgens protocol. Daar hou ik niet van. Eigenlijk ben ik maar een gewone jongen al is dit schip van mij. U begrijpt dat wel. Wij verschillen niet zoveel.’ De vrouw glimlacht.
- ‘U bent een vreemde snuiter, Tork. Heeft u werkelijk een affaire met de hertogin?’

zondag 28 oktober 2012

schrijven / writing


Schrijf ik over wat komt aanwaaien
of wat al langer mijn hersens spinde?
Het valt binnen
en vervolgens op papier
uit toetsen gedreven
op een of andere manier
van een geheugen in het ander
bewaard voor allemans oog
dat oordeelt en prijst
of verafschuwt
en kan het mij wat schelen
of doe ik het daarom?
Wat niet weet ook niet deert
zou mijn vader zeggen
en draait op zijn andere zij
in het graf dat ik voor hem groef...


Do I write about what comes up
or what already longer occupied my brains?
It falls inside
and then on paper
hammered from keys
one way or the other
from one memory into the next
kept for everybody’s eye
that judges or praises
or abominates
and do I care
or is it why I do?
What isn’t known doesn’t harm
as my father would say
and turns on his other side
in the grave I dug for him...

WANDERBACH page 156


- ‘Let me introduce Peter West, the writer. With the right attention I guarantee you will at least play a small part in his next book.’
- ‘Really?’
Happy with the solution Tork empties his glass and leaves together with the Wolfhound. Barg will accompany him to the ballroom, quite in a corner without risk being stepped on his tail. He doesn’t like it when Tork dances; the distance too big to interfere in time, but the duchess demands why they are on their way to the dim room where people turn around together. For Barg it seems quit troublesome if you need someone else to have four paws just to be able to whirl around without going crazy.
The dog exaggerates. Thanks to dozens of chandeliers the room bathes in fabulous light however where Barg is, that close to the floor, it will certainly be dusky.
Tork cannot enter unnoticed. All heads switch as on command into his direction. Some approach him, others keep a respectful distance and watch jealous those who dare to shake his hand or even kiss his cheek volatile. The host accepts released, shakes hands and kisses, modestly skims over some compliments.
Before he is halfway the duchess spots him. She is a young woman, not even thirty and most believe she is beautiful. For Torks’ taste she is too egotistic with an always arrogant expression on her puppet face. He would like to link her to someone else but promises causes debt and he offers his arm that she most self-evident accepts. So she strides next to him towards the middle of the room and the dance floor while the orchestra starts to play; a slow waltz as expected; always the same. Close against him she has herself lead with all time to look around and having admired herself in the flattering long evening dress. 

- ‘Laat me je voorstellen. Peter West, de schrijver. Met de juiste aandacht garandeer ik dat jullie tenminste figureren in zijn volgend boek.’
- ‘Echt?’
Blij met de oplossing leegt Tork zijn glas en vertrekt met de wolfshond. Barg zal hem naar de ballroom vergezellen, stil in een hoek om niet het risico te lopen dat er op zijn staart wordt getrapt. Hij vindt het maar niks als Tork danst; de afstand te groot om tijdig in te grijpen, maar de hertogin verlangt waarom ze op weg zijn naar de schemerige zaal waar mensen rondjes draaien met elkaar. Het lijkt Barg erg lastig als je een ander nodig hebt om samen vier poten te hebben zodat je zonder dol worden rond kunt draaien.
De hond overdrijft. Dankzij tientallen kroonluchters baadt de zaal in sprookjesachtig licht hoewel het waar Barg ligt zeker schemert zo dicht bij de vloer.
Voor Tork is het onmogelijk onopgemerkt entree te maken. Alle hoofden draaien als op commando in zijn richting. Er komt iemand naar hem toe, anderen bewaren eerbiedig afstand en kijken jaloers naar de durvers die het wagen zijn hand te drukken of zelfs vluchtig zijn wang te kussen. De gastheer ondergaat gelaten, schudt handen en kust, wimpelt bescheiden enkele complimenten af.
Vooraleer hij halverwege is heeft de hertogin hem gezien. Ze is een jonge vrouw, nog geen dertig en de meesten vinden haar mooi. Voor Torks’ smaak is ze te hoogmoedig met de altijd verwaande uitdrukking op haar poppengezicht. Hij zou haar aan een ander willen koppelen maar belofte maakt schuld en hij biedt zijn arm die ze aller vanzelfsprekendst aanvaardt. Zo schrijdt ze naast hem naar het midden van de zaal en de dansvloer terwijl het orkest begint te spelen. Een langzame wals als verwacht; altijd hetzelfde. Dicht tegen hem aan laat ze zich leiden met alle tijd rond te kijken en zich te laten bewonderen in de flatteuze lange avondjapon. 

zaterdag 27 oktober 2012

wind


Binnen en buiten
binnestebuiten
totaal verkeerd om
zag ik het koren wuiven,
het trotseerde de harde wind
waarvan men zei
dat het de zomer zou waaien


Inside and outside
inside out
absolutely wrong
saw I wave the corn,
it challenged the hard wind
of which they said
that it would blow the summer

WANDERBACH page 155


- ‘You’re welcome. Beautiful girls are pretty company during a long dull journey. Are you amusing yourself?’
- ‘Oh yes’, they giggle. ‘There aren’t many men aboard. Is this because you want us all for yourself?’ Tork laughs.
- ‘Don’t think too far. There weren’t more interested which I don’t mind, I rather see women then men.’, and again he is treated to giggle.
- ‘We like it to keep you company.’
- ‘Thanks, but the duchess demands a lot of my time; she asked again to dance tonight and she knows that I can’t refuse.’
- ‘Why not; because she is royalty?’
- ‘The duke was a good friend and asked me to take care of her before he died. I gave my word and that I don’t break.’
- ‘Therefore it isn’t necessary to spend every minute with her?’
- ‘I don’t, but I didn’t yet see her today, why she has a right to my attention tonight.’
- ‘Gosh!’ one of them sneers. ‘Of course you didn’t. She was in her suite all day, and not alone: the first mate was with her.’
- ‘No gossip ladies; it’s good she amuses herself. She had a bad time.’ Both girls keep ashamed their mouth. At that moment a man enters the club who looks around and then walks resolute towards the bar.
- ‘Ah, Tork, I was looking for you. What do you think; do we visit a nice island somewhere on the way?’ The host shakes smiling the offered hand.
- ‘Sorry Peter, there are no nice islands on this route. Why, are you bored?’
- ‘Oh, that’s ok, but some variety never harms’ He stares interested at both girls. 

- ‘Graag gedaan. Mooie meiden zijn prettig gezelschap tijdens een langdradige reis. Hebben jullie het naar je zin?’
- ‘Oh ja’, giechelen ze. ‘Er zijn niet veel mannen aan boord. Is dat omdat u ons allemaal voor u alleen wilt?’ Tork lacht.
- ‘Zoek er niet teveel achter. Er waren niet meer gegadigden. Niet erg overigens, ik zie liever vrouwen dan mannen.’, en wordt weer op gegiechel getrakteerd.
- ‘Wij willen u graag gezelschap houden.’
- ‘Bedankt, maar de hertogin eist al teveel van mijn tijd. Ze heeft weer gevraagd om te dansen vanavond en ze weet dat ik haar niet kan weigeren.’
- ‘Waarom niet, omdat ze van adel is?’
- ‘De hertog was een goede vriend en vroeg mij op zijn sterfbed voor haar te zorgen. Ik gaf mijn woord en dat breek ik niet.’
- ‘Daarom hoeft u toch niet elke minuut aan haar te besteden?’
- ‘Dat gebeurt ook niet. Ik heb haar vandaag nog niet gezien, waarom ze vanavond recht op mijn aandacht heeft.’
- ‘Pfoe!’, doet een van hen laatdunkend. ‘Natuurlijk heeft u haar nog niet gezien. Ze was de hele dag in haar suite, en niet alleen: de eerste stuurman was bij haar.’
- ‘Niet roddelen, dames. Het is goed dat zij zich amuseert. Ze heeft een nare tijd achter de rug.’ De meisjes zwijgen beschaamd. Op dat moment komt een man binnen die rondkijkt en dan resoluut naar de bar stevent.
- ‘Ah, Tork, ik zocht je. Wat denk je, leggen we onderweg nog ergens bij een leuk eiland aan?’ De gastheer drukt glimlachend de toegestoken hand.
- ‘Sorry Peter, er zijn geen leuke eilandjes op deze route. Waarom, verveel je je?’
- ‘Och, dat gaat. Maar wat afwisseling is altijd welkom’ Hij staart geïnteresseerd naar beide meisjes.

vrijdag 26 oktober 2012

ziek / ill


Zit ik met een gat in mijn buik
terecht gestoken en dicht geplakt
in een ziekenhuisbed
omringd door vrouwen
die mij nog hulpelozer maakte
Zag ik hun verdriet
om wat ons was aangedaan
en kon mij nauwelijks bewegen


Sit I with a hole in my belly
correct stabbed and closed
in a hospital bed
surrounded by women
that make me even more helpless
Saw I their sorrow
of what was done to us
and could hardly move myself

WANDERBACH page 154


He is interrupted by the steward: ‘Excuse me sir, but the duchess asks if you want to give her the pleasure of the first dance.’ Tork smiles inside. He knows her all too well, so dominant and flirting, and imagines how she formulated the message: ‘Tell him that I demand the first dance tonight!’  He admires the messenger.
- ‘That’s all right.’ The steward can hardly suppress his joy; with a denial back to the duchess is unthinkable and he bends deep.
It’s starting to dawn when Tork leaves the deck and followed by the dog walks to the elevator. All deck chairs empty until tomorrow morning the first sun beams appear. He enters one of the bars, the one he prefers because of the jazz that is played day and night. The dog follows and the bartender nods.
- ‘As usual, sir?’
- ‘That’s fine, Henri’, and watches the man mixing acrobatically a cocktail. Like always it isn’t busy; some couples in dimmed alcoves; two girls at the bar who try to grab his attention smiling. Tork is in a good mood and asks polite what they want to drink.
- ‘Got some tan today?’ They laugh coquettish.
- ‘We didn’t thank you yet for allowing us to come along on your boat.’
- ‘Ship’, Tork adjusts. ‘A yacht and everything that’s bigger is called a ship. Boats are fishermen vessels, or small things like rowing boats. Besides you find a lot of boats with the marine. How big a frigate ever will be, there are always stubborn sailors that keep calling it a boat, but as soon as luxury is involved it’s called a ship.’ They stare with open mouth.
- ‘Ship’, both stammer. ‘Thanks anyhow.’ 

Hij wordt gestoord door de steward: ‘Excuseert u mij meneer, maar de hertogin laat vragen of u haar het plezier doet haar de eerste dans te gunnen.’ Tork glimlacht inwendig. Hij kent haar maar al te goed, zo dominant en flirtgraag, en stelt zich voor hoe ze de boodschap formuleerde: ‘Zeg hem dat ik vanavond de eerste dans verlang!’  Hij bewondert de boodschapper.
- ‘Dat is goed.’ De steward kan zijn vreugde nauwelijks onderdrukken. Met een afwijzing naar de hertogin is ondenkbaar en hij buigt diep.
Het begint te schemeren wanneer Tork het dek verlaat en gevolgd door de hond naar de lift stapt. Alle dekstoelen leeg tot morgenvroeg de eerste zonnestralen verschijnen. Hij gaat een van de bars binnen welke zijn voorkeur heeft omdat er dag en nacht jazz wordt gespeeld. De hond volgt op de voet. De barman knikt.
- ‘Als gewoonlijk, meneer?’
- ‘Doe maar, Henri’, en kijkt hoe de man acrobatisch een cocktail mixt. Zoals gewoonlijk is het niet druk. Wat stelletjes in schemerige alkoven. Twee meisjes aan de bar die glimlachend zijn aandacht proberen te trekken. Tork is in een goede bui en vraagt beleefd wat ze willen drinken.
- ‘Nog wat kleur opgedaan vandaag?’ Ze lachen koket.
- ‘We hebben u nog niet bedankt omdat we mee mochten op uw boot.’
- ‘Schip’, verbetert Tork. ‘Een jacht en alles wat groter is heet schip. Boten zijn vissersvaartuigen, of notendopjes zoals roeiboten. Verder vind je bij de marine veel boten. Hoe groot een fregat ook is, er zijn zeelui die het hardnekkig een boot blijven noemen, maar zodra er luxe aan te pas komt heet het schip.’ Ze staren met open mond.
- ‘Schip’, slikken ze allebei. ‘In elk geval bedankt.’

donderdag 25 oktober 2012

grafschrift / epitaph


Voortgedreven door het paardjargon
zit zij stil en kwijlt
De tanden in haar mond losgeslagen
van ouderdom
Kwam ik haar ooit tegen
op het kerkhof waar zij lag,
het breiwerk dat versteld deed staan
priemden de naalden als zerk omhoog
Waterde ik de fluitelier
die haar dromen torste
vol beladen en gebogen
onder het gewicht
van veel te veel herinneringen


Driven by the horse-jargon
she sits still and drools
The teeth in her mouth rampant
of old age
Did I meet her once
on the church-yard where she laid,
her knitting flabbergasted
needles stabbed upwards like a headstone
I watered the whistling
That carried her dreams
Full loaded and bended
Under the weight
Of much too many memories

WANDERBACH page 153


On the promenade deck he walks at ease to the bow where his table is. Everywhere are tanning guests in deck chairs: many young glistening women in the bright sun; in bikini or topless with woolly wiggling breasts as soon as they greet him when he passes. Tork doesn’t stop but walks straight to the table where a waiter in livery waits to pull out a chair after which he sheds a bottom of wine in a Cristal glass.
Tork takes the stalk between thumb and index finger, gets the glass by its foot and whirls to free the aroma that he inhales deep before bringing it almost tender to his lips. A tiny sip, a mouthful circulating, he savors the full ripe taste and nods to have the glass filled up.
- ‘Do you wish a cigar sir?’ Tork resigns polite, ‘Anything else, sir?’
- ‘No, thanks.’ The waiter bends and leaves, lets Tork enjoying alone while sipping from the wine and staring satisfied over the smooth sea. Absent-minded he pets the robust dog-head on his lap.
The meal is served exactly on time and is delicious tender, full of the natural flavors he likes so much. He chews slow and thoughtful, takes a sip now and then while the dog engorges fine cut meat from a bowl. Tork smiles. It mollifies, Bargs’ speedy moves as if he is afraid that it’s his last supper.
The waiter cleans the table, presents a cigar from which Tork cuts the tip with a gold cutter. The waiter lights it with a long matchstick and then leaves with a deep curtsy.
Tork instates easy in the low bucket seat and crosses his legs. The eyes half closed he thinks the situation over. Convenient to have everything at hand on his way to the Gods, because the journey takes long and comfort is no luxury. 

Op het promenadedek wandelt hij op zijn gemak naar de boeg waar zijn tafel staat. Overal liggen gasten in dekstoelen te bruinen. Veel jeugdig glimmende vrouwen in de felle zon; in bikini of zonder bovenstukje met wollig schommelende borsten zodra ze hem toeknikken wanneer hij passeert. Tork blijft niet staan maar loopt recht naar de tafel waar een ober in livrei wacht om zijn stoel naar achteren te schuiven waarna hij een bodempje wijn in het kristallen glas schenkt.
Tork neemt de steel tussen duim en wijsvinger, pakt het glas bij de voet en draait om het aroma vrij te maken dat hij diep inhaleert vooraleer het glas bijna teder aan de lippen te zetten. Een kleine slok, een mondvol circuleren, proeft hij de volrijpe smaak en knikt om het glas te laten vullen.
- ‘Wenst meneer een sigaartje?’ Tork bedankt beleefd. ‘Verder nog iets van uw dienst, meneer?’
- ‘Nee, dank je.’ De ober buigt en vertrekt, laat Tork genietend alleen terwijl hij af en toe van zijn glas nipt en tevreden over de spiegelgladde zee staart. Afwezig streelt hij de robuuste hondenkop in zijn schoot.
De maaltijd wordt precies op tijd opgediend en is heerlijk mals, vol van de natuurlijke smaken waar hij verzot op is. Hij kauwt langzaam en bedachtzaam, neemt nu en dan een slokje terwijl de hond uit de kom met kleingesneden vlees schrokt. Tork glimlacht. Het vertedert, Bargs’ haastige bewegingen alsof hij bang is dat het zijn laatste maal is.
De ober ruimt af, presenteert een sigaar waarvan Tork met een gouden knipper het puntje snijdt. De ober geeft vuur met een lange spaander waarna hij met een diepe buiging vertrekt.
Tork installeert zich gemakkelijk in de diepe kuipstoel en slaat de benen over elkaar. De ogen half gesloten overdenkt hij de situatie. Gemakkelijk om alles bij de hand te hebben op weg naar de Goden, want de reis is lang en comfort geen luxe.

woensdag 24 oktober 2012

de kar / the chariot


Zij lacht om blokken die stuiteren
van de kinderkar
terwijl de voerman even later
zijn zweep over haar rug legt
Zachtjes dommelt zij
en verrast
als ze aanspant om te trekken


She laughs because of the blocks that rebound
from the children chariot
while the carrier a bit later
lays his whip over her back
Smoothly she dozes
and surprises
when she yokes to pull

WANDERBACH page 152


- ‘If we want to harm you it will happen. It’s easy for us to kick you and your dog overboard.’ The answer is not without logic. Together they can wound a couple perhaps if these creatures can be wounded, but in the end they will loose thanks to the numbers. Tork looks at the dog that stares at him with half opened and drowsy eyes.
- ‘Pay attention!’ Barg sharpens the ears and rises halfway.
While he observes the sea creature suspicious Tork lifts carefully one hand and places the round crown on his head. The effect is immediately and fantastic. The ring slides around the temples, adapts and fits seamless, follows each curve without pressing. He doesn’t have the feeling that something is around his head: such perfection! Fatigue disappears and he jumps up fit and well-rested. The dog besides him, head at his knee.
The steward bends: ‘What do you wish sir?’
- ‘Veal with sliced fresh scallions, a salad of South sea fruits and steamed saffron rice.’
- ‘Certainly sir. Shall I serve a half bottle of wine?’ Tork nods. ‘A Hermitage de Dieu ’89, as usual?’
- ‘Excellent.’
- ‘Where shall I serve it, sir?’
- ‘On the promenade deck. Place an umbrella next to the table; it bothers if the sun shines in the tableware.’
- ‘At your service sir. In half an hour, if you please?’
- ‘Bring the wine immediately, I will go upstairs now.’
The steward bends again and leaves.
Together with the dog Tork walks towards the elevator. 

- ‘Als we je kwaad willen doen gebeurt dat toch wel. We kunnen jou en je hond met gemak overboord zetten als we willen.’ Het antwoord is niet zonder logica. Samen kunnen zij er wellicht een paar verwonden als deze wezens te verwonden zijn, maar uiteindelijk zullen ze verliezen dankzij het numerieke overwicht. Tork kijkt naar de hond die hem met half geopende ogen lodderig opneemt.
- ‘Let op!’ Barg spitst de oren en komt half overeind.
Terwijl hij achterdochtig naar het zeewezen kijkt brengt Tork voorzichtig een hand omhoog en plaatst de ronde kroon op zijn hoofd. De uitwerking is onmiddellijk en fantastisch. De ring glijdt rond de slapen, past zich aan en sluit naadloos, volgt elke curve zonder dat het knelt. Hij heeft niet het gevoel dat er iets rond zijn hoofd zit, zo perfect. Vermoeidheid verdwijnt en hij veert fit en uitgerust op. De hond naast hem, kop aan zijn knie.
De steward buigt: ‘Wat wenst meneer?’
- ‘Een kalfslapje met gesnipperde verse lente-uitjes, een salade van Zuidzee vruchten en gestoomde saffraanrijst.’
- ‘Zeker meneer. Zal ik een half flesje wijn laten opdienen?’ Tork knikt. ‘Een Hermitage de Dieu ’89, als gewoonlijk?’
- ‘Uitstekend.’
- ‘Waar zal ik opdienen, meneer?’
- ‘Op het promenadedek. Plaats een parasol bij de tafel, het hindert als de zon in het servies schittert.’
- ‘Tot uw dienst meneer. Over een half uurtje, als het u belieft?’
- ‘Laat de wijn gelijk serveren, dan ga ik nu naar boven.’
De steward buigt opnieuw en vertrekt.
Tork loopt samen met de hond naar de liftcabine. 

zaterdag 20 oktober 2012

droom / dream


Tussen de struiken op een kluitje in het riet
zitten er twee verscholen
Aangeschoten wild en ongetemd,
de moed in hun schoenen
dampt en vergrijst
tot bruine rijstepap met gouden lepeltjes
liggen zij en dromen
dat ze ooit nog jong mogen worden



Between the bushes on a lump in the reed
are two hiding
Winged wild and untamed,
the courage in their shoes
steams and ages
till brown rice pudding with gold spoons
they lay and dream
that they ever may be young again

WANDERBACH page 151


Without feet or legs they pull themselves forward during which the flat bottom releases on the deck planks a chirping sound as from a sick bird. To move like this has to be tiresome what maybe explains why the bent stays inert together. They don’t remind of any known life form, and it’s strange that Barg hardly reacts; as if they don’t smell.
On the disappearing shore the farmers become smaller until they emerge with the yellow stripe of beach. Tork sits down with his back against the grate and prepares for a long and boring journey. The dog drows at his feet. Although worn out after two days without sleep, too little food and a rabid run, he dares not to rest. The sea creatures don’t reassure. Since his arrival no-one said anything after: ‘welcome aboard’, and Tork feels that it will be difficult: the dancing boat in combination with tormenting fatigue. He yawns all the time until his cheekbone muscles hurt and become numb finally. He feels his strength decrease and looks dreary at the creatures, asks himself with what they fill their time. Being blissfully inactive? Who cleaned the deck so neat?
Suddenly one of them turns in his direction and tows towards him.
- ‘The crown?’, he asks, high and airy whistling that, logically and anatomically should come out of his gaping mouth but seems to escape from under his flat body. Tork pulls the headband out of his shirt.
- ‘Put it on!’ Torks’ suspicion is immediately.
- ‘Why?’
- ‘The journey will be quicker.’
- ‘What is your plan?’ The monster shakes its enormous head. 

Zonder voeten of benen slepen zij zichzelf vooruit waarbij de afgeplatte onderkant op de dekplanken een tsjirpend geluid als van een zieke vogel maakt. Zo bewegen moet vermoeiend zijn wat wellicht verklaart waarom de troep inert samen hokt. Ze herinneren niet aan enig bekende levensvorm, en het is vreemd dat Barg nauwelijks op hen reageert. Alsof ze geen geur hebben.
Op de verdwijnende oever worden de boeren steeds kleiner tot ze opgaan in de gele reep strand. Tork gaat met de rug tegen het dolboord zitten en bereidt zich voor op een lange saaie reis. De hond soest aan zijn voeten. Hoewel doodop na twee dagen zonder slaap, te weinig voedsel en een dolle vlucht, durft hij niet te rusten. De zeewezens boezemen geen vertrouwen in. Sinds zijn aankomst zei niemand nog iets na het: ‘Welkom aan boord’, en Tork voelt dat het moeilijk wordt: de deinende boot in combinatie met martelende vermoeidheid. Hij gaapt doorlopend tot zijn kaakspieren pijn doen en tenslotte gevoelloos worden. Hij voelt hoe zijn krachten afnemen en kijkt mistroostig naar de wezens, vraagt zich af waarmee zij hun tijd doorbrengen. Met zalig nietsdoen? Wie ruimde het open dek zo keurig op?
Plotseling draait een van hen in zijn richting en sleept naar hem toe.
- ‘De kroon?’, vraagt hij met een hoog iel gefluit dat anatomisch logischerwijs uit de gapende muil moet komen maar lijkt te ontsnappen van onder het afgeplatte lijf. Tork haalt de hoofdband tevoorschijn.
- ‘Zet hem op!’ Torks’ wantrouwen is onmiddellijk gewekt.
- ‘Waarom?’
- ‘Dan gaat de reis vlugger.’
- ‘Wat zijn jullie van plan?’ Het gedrocht schudt de kolossale kop.

vrijdag 19 oktober 2012

verloren / lost


Verdwijn de lijk van mijn wagen
Mestvaalt beweegt
en loopt een blokje rond
tot het vierkant draait
Rechtoe rechtaan
zo die gaat
en niet terugkeert
voor altijd verloren


Disappear the body of my wagon
Dung heap moves
and walks around the block
until it turns square
Straight right, right on
so it goes
and not returns
for always lost

WANDERBACH page 150 (chapter 13)


As soon as Tork and his dog are aboard the bark starts off. The sails hang loose in the absent wind en yet the boat floats, or rather: drifts in the right direction in a higher speed then the gulf stream can explain.
The passenger assimilates the new environment. A clean wiped deck, everything competent stowed as if a storm is expected. The woodwork seems old and can use a brush, but the bark makes the solid and robust impression to challenge a hurricane.
Tork has no idea how long the journey will take and has no intention of asking the in the pit together clewing sea creatures. No-one seems to manage the boat and yet they navigate in a straight line from the shore to open water and the other side, as he hopes. 
The headband is still hidden under his shirt and he wonders what to do with it. Payment for the way across, but as long no-one demands it he won’t give it to the creeps which are pirates according to Shaah. They don’t do much; sit in distorted positions together and look all like brothers that crawled out of the same hideous egg. Their stubby shapes reach bearly Torks’ loin. The most massive is their head with the overall dominating yawning mouth; bold as a picked chicken where even their color reminds of; eyes like pins points in the mass that seems to be modeled by children hands from sick clay. No visible nose or ears why it isn’t clear if they can smell, but with their hearing seems nothing wrong. No neck neither. The too large head seems powerful glued on the body from which a number of long grabbers extend that end in three fingers with which they hoof themselves. 

Zodra Tork en de hond aan boord zijn licht de bark het anker. De zeilen hangen slap in de afwezige wind en toch vaart de boot, of liever: drijft in de juiste richting met een hogere snelheid dan de golfstroom kan verklaren.
De passagier neemt de nieuwe omgeving in zich op. Een schoongeveegd dek, alles vakkundig gestouwd alsof een storm wordt verwacht. Het houtwerk lijkt oud en kan een kwast gebruiken, maar de bark maakt de stevig robuuste indruk om een orkaan te trotseren.
Tork heeft geen idee hoelang de reis gaat duren en is ook niet van plan het de in de kuil van het dek samenkluwende zeewezens te vragen. Niemand lijkt de boot te besturen en toch varen ze in rechte lijn van de oever naar open water en de overkant, naar hij hoopt.  
De hoofdband zit nog verborgen onder zijn shirt en hij vraagt zich af wat ermee te doen. Betaling voor de overtocht, maar zolang niemand het opeist zal hij het niet aan de griezels geven welke volgens Shaah piraten zijn. Ze voeren niet veel uit, zitten in verwrongen houdingen samengeklit. Onderling lijken ze op broers die samen uit hetzelfde wanstaltige ei kropen. Hun gedrongen gestalte reikt nauwelijks tot Torks kruis. Het meest massief is het hoofd met de alles dominerende gapende muil, kaal als een geplukte kip waar zelfs de kleur aan doet denken. Ogen als speldenpunten in de massa welke door kinderhanden uit zieke klei lijkt geboetseerd. Geen zichtbare neus of oren zodat het onduidelijk is of ze kunnen ruiken, maar aan hun gehoor lijkt niets te mankeren. Evenmin een nek. De te grote kop lijkt met kracht op de romp geplakt waaruit een aantal lange grijpers steken die in drie vingers eindigen waarmee ze zich voortbewegen.

donderdag 18 oktober 2012

herinnering / memory


Peuzen poezen stoeien
in mijn jas van leer
gescheurd oud zeer
en aandenken, souvenier
van herinneringen
toen het nog nieuw was
en poezen gatos heetten


Peuzen cats play
in my leather coat
ripped old ache
and memento, souvenir
of memories
when it was still new
and cats called gatos

WANDERBACH page 148 – 149 (end chapter 12)


Where can they go?
When he approaches the path to the Gods it points out that the bark is still at the same spot. Without hesitating he drives the stallion into the sea until the ground disappears under its hoofs. Then Tork slides into the water while Barg swims towards him.
He fights a way through the water and is almost at the ship when a rope ladder rolls down the hull. Tork grabs, waits for the dog and hoists it around his shoulders to climb upwards hand over hand where he is welcomed by the horrible sea creature.
- ‘Do you have the crown?’ Tork nods and the creature grins.
- ‘Welcome aboard.’
On the deck Tork turns around. Along the coast, at a safe distance from the water, the farmers drive their horses together. Sometimes one of them rises cursing a fist and gesticulates angry in his direction. 

page 149

Waar moeten ze heen?
Wanneer ze het Godenpad naderen blijkt dat de bark nog altijd op dezelfde plaats ligt. Zonder bedenken drijft hij de hengst in zee tot de grond onder zijn hoeven verdwijnt. Dan laat Tork zich in het water glijden terwijl Barg naar hem toe zwemt.
Hij vecht zich een weg door het water en is bijna bij het schip wanneer een touwladder langs de romp omlaag rolt. Tork grijpt zich vast, wacht op de hond en hijst hem rond de schouders om vervolgens hand over hand omhoog te klimmen waar hij wordt opgewacht door het afzichtelijke zeewezen.
- ‘Heb je de kroon?’ Tork knikt en het wezen grijnst.
- ‘Welkom aan boord.’
Op het dek draait Tork zich om. Langs de oever, op veilige afstand van het water, drijven de boeren hun paarden samen. Af en toe steekt er een scheldend de vuist op en gebaart driftig in zijn richting.

woensdag 17 oktober 2012

verlangen / desire


Meisje met hond
wandelt met haar mee
aan de leiband
onder haar rok
die over de grond sleept
en het pad effent voor mij
terwijl ik haar volg
De bosjes aan weerskanten
fluisteren overmoed
en onverlangen
naar wat niet was
en nog minder komen kan


Girl with dog
walks with her
at a leash
under her skirt
that drags over the ground
and smoothes the path for me
while I follow her
The bushes at both sides
whisper hubris
and none-desire
to what wasn’t
and even less can come

WANDERBACH page 147


Tork calculates his chances and observes a robust young stallion, the fierce leader of a small herd. The animal seems fast which is exactly what he needs.
Without thinking he runs towards the meadow, opens the gate and walks towards the horse to which he talks reassuring from a distance. The stallion stares curious, allows that he fondles the velvet nose and Tork grabs the mane, slings in one go on the unsaddled back. The stallion needs hardly stimulation, ramps and trots towards freedom, followed by its herd. Barg keeps distance, afraid of the pulverizing hoofs, but Tork doesn’t mind the dog that can take care of itself very well. Barg follows wherever he goes.
The farmers stand motionless, stare with open mouth at the unexpected. In stead of one man and one dog confronted with a herd rushing horses and what Tork hoped for happens: the farmers give in. They can’t do anything if they don’t want to wound their own animals. Protected by the herd he passes storming while the dog follows in a vast arch. Tork looks over his shoulder. The men spurt confused to all sides, run towards a next meadow and start the chase.
The vantage is not big but the stallion is fast and the unsaddled herd follows with ease. His fear is to be overhauled or that in a distance more farmers will wait. One and a half day by foot: horses will cover that distance in less than half. It’s just a matter of keeping up the speed.
Strange enough they aren’t blocked a second time. There are people in the fields, bended backs, that don’t even look up when they pass. The chasers don’t come nearer, the distance stays the same, but what Tork alarms is that the farmers obstinate keep following, even past the empires border. 

Tork schat zijn kansen en observeert een stevig gebouwde jonge hengst, de statige leider van een kleine kudde. Het dier lijkt snel en dat is precies wat hij nodig heeft.
Zonder bedenken rent hij naar de wei, rukt de sluitboom open en loopt naar het paard dat hij al van op afstand geruststellend toespreekt. De hengst kijkt nieuwsgierig, laat zich over de fluwelen neus aaien en Tork grijpt de manen, slingert in één beweging op de ongezadelde rug. De hengst heeft nauwelijks aansporing nodig, steigert en draaft de vrijheid tegemoet, achtervolgd door zijn kudde. Barg houdt afstand, beducht voor de malende hoeven, maar Tork bekommert zich niet om de hond die heel goed voor zichzelf kan zorgen. Barg volgt, waar hij ook gaat.
De boeren staan roerloos, staren met open mond naar het onverwachte. In plaats van één man en één hond geconfronteerd met een kudde aanstormende paarden en waar Tork op hoopte gebeurt: de boeren wijken. Ze kunnen niets doen als ze hun eigen dieren niet willen verwonden. Beschermd door de kudde stormt hij voorbij terwijl de hond in een wijde boog passeert. Tork kijkt achterom. De mannen stuiven wanordelijk dooreen, rennen naar een ander weiland en zetten de achtervolging in.
De voorsprong is niet groot maar de hengst is snel en de onbereden kudde volgt met gemak. Zijn angst is te worden ingehaald of verderop op nog meer boeren te stuiten. Anderhalve dag te voet. Paarden zullen die afstand in minder dan de helft afleggen. Het is alleen de vraag of ze het tempo volhouden.
Vreemd genoeg worden ze geen tweede keer tegengehouden. Er zijn mensen op de velden, met kromme ruggen voorover, die zelfs niet opkijken wanneer zij passeren. De achtervolgers lopen niet in, de afstand blijft hetzelfde, maar wat Tork verontrust is dat de boeren hardnekkig blijven volgen, zelfs voorbij de rijksgrens.